Wat is het?
We beschikken over twee soorten bloedvaten: de slagaders, die het zuurstofrijke bloed verdelen over het lichaam, en de aders, die het zuurstofarme bloed terugbrengen naar de longen om het opnieuw van zuurstof te voorzien. De aders vormen 2 met elkaar verbonden systemen: één oppervlakkig systeem net onder de huid, en één diep systeem in de spieren. Een deel van de oppervlakkige aders kunnen we gewoon zien lopen onder de huid.
Een trombose is een bloedklonter die een bloedvat kan verstoppen. Een oppervlakkige veneuze trombose is dus een bloedklonter die gevormd werd in een ader van het oppervlakkige systeem.
Het kan een aandoening op zich zijn, zonder duidelijke oorzaak, maar het kan ook uitgelokt worden door bepaalde factoren, zoals
• beschadiging van de aderwand (bijv. door naalden);
• vertraging van de bloedstroom (bijv. door spataders);
• verhoogde neiging tot klontervorming (bijv. bij stollingsstoornissen, kanker, …);
• ontsteking van de aderwand.

Hoe kun je het herkennen?
Als een bloedklonter een ader verstopt, ontstaat altijd een ontsteking van de bloedvatwand. Het gaat zeer dikwijls om een spatader. Je voelt dan een pijnlijke streng, en de zone rond de ontsteking wordt rood, warm en gezwollen. Betreft het een grote ader met een meer uitgebreide ontsteking, dan kan dit gepaard gaan met koorts. Hoe dichter de klonter bij de kniekuil of de lies zit, hoe groter de kans dat de ontsteking zich uitbreidt naar de aders van het diepe systeem. Dan kan zelfs het hele been gezwollen zijn en warm aanvoelen.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?
Een oppervlakkige veneuze trombose is een klinische diagnose, d.w.z. dat de arts zich veelal baseert op uiterlijke symptomen. Als er spataders zijn, en de ontstoken zone is kleiner dan 5 cm, dan wordt geen verder onderzoek verricht.
Soms zal de arts beslissen om een doppleronderzoek te doen. Dat is een echografische techniek, speciaal voor de bloedvaten. Een doppleronderzoek is aangewezen in volgende gevallen:
• als de oppervlakkige veneuze trombose een herval betreft;
• als de ontstoken zone groter is dan 5 cm;
• als er geen spataders zijn;
• als de trombose dicht bij de kniekuil of de lies zit (gevaar voor diepe veneuze trombose);
• bij overgewicht;
• bij zwangerschap;
• bij kanker.
Bij vermoeden van uitbreiding naar de diepe aders zal ook een bloedonderzoek gebeuren.

Wat kun je zelf doen?
Om de zwelling en de pijn te verminderen leg je best je been wat omhoog. Een elastische windel of een spataderkous, ’s morgens aangelegd vanaf de voet naar boven toe, beperkt de zwelling. Als de symptomen het toelaten, moet je blijven bewegen (wandelen). Het vermindert de kans op uitbreiding naar de diepe aders.

Wat kan je arts doen?
De behandeling steunt op 2 pijlers: de ontsteking tegengaan met een ontstekingsremmer en een bloedverdunner nemen. Het doel is om de symptomen te verlichten, en om uitbreiding naar de diepe aders tegen te gaan.
Soms wordt de bloedverdunner toegediend met een onderhuids spuitje, gedurende 6 weken. Thuisverpleging kan dit spuitje toedienen of je kunt het zelf aanleren. Een bloedverdunner wordt steeds gecombineerd met compressietherapie, waarbij windels rond het aangetaste been worden aangelegd. Het duurt vaak 2 weken vooraleer de symptomen afnemen. Soms blijven de klachten nog maanden aanhouden.
Bij herhaaldelijke oppervlakkige veneuze trombose verwijst je arts je best door naar een internist, om een onderliggende aandoening (bijv. tumor) uit te sluiten.

Meer weten?
• https://www.huidziekten.nl/zakboek/dermatosen/ttxt/tromboflebitis.htm
• https://www.huidziekten.nl/zakboek/dermatosen/ttxt/tromboflebitis.htm
• https://www.nhg.org/standaarden/volledig/nhg-standaard-diepe-veneuze-trombose-en-longembolie

Bronnen
www.ebpnet.be