Wat is het?
Het dijbeen (of de femur) loopt van de heup tot aan de knie. Dit bot kan door een val of ongeluk breken. De behandeling hangt af van het soort fractuur (of breuk): – een breuk van de dijbeenhals of van het bovenste deel van het dijbeen komt typisch voor bij ouderen na een val op de grond. – een breuk van het lange deel van het dijbeen of de femurschacht ontstaat door een ongeval met hoge kracht, bijv. na een verkeersongeval of een val van grote hoogte. – een breuk van het onderste deel van het dijbeen, net boven het kniegewricht, ontstaat bij een val waarbij de knie tegelijkertijd wordt verdraaid. Dat kan bij een oudere personen een gewone val zijn; bij jonge personen is dat meestal het gevolg van een ongeval met veel kracht, zoals een ski-, snowboard- of verkeersongeval.

Hoe kun je het herkennen?
Een breuk van het bovenste deel van het dijbeen kan verplaatst of niet verplaatst zijn. Dat wil zeggen dat de twee botstukken respectievelijk niet of wel op hun plaats zitten. Bij een niet-verplaatste breuk kan het zijn dat je weinig pijn voelt en zelfs nog kunt wandelen. Dat is niet het geval bij een verplaatste breuk. Het been is dan vaak naar buiten gedraaid en lijkt korter. Een heupfractuur kan ook pijn geven in de knie. Daarom onderzoekt de arts steeds de heup van een oudere persoon die gevallen is, ook al klaagt die alleen over de knie. Bij een breuk van het lange deel van het dijbeen is het dijbeen korter en gezwollen. Bij een breuk van het onderste deel van het dijbeen is de breukplaats gezwollen, erg zacht en onstabiel.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?
De arts stelt een dijbeenbreuk vast op basis van medische beeldvorming (röntgenfoto of CT-scan). Ook gaat hij na of de botstukken verplaatst zijn, hoe de breuklijn loopt (dwars, schuin of spiraalvormig) en of er kleine stukjes bot zijn losgekomen. Soms is een breuk in de dijbeenhals niet meteen zichtbaar op een röntgenfoto en moet na een week een nieuwe foto worden genomen om de diagnose te bevestigen.

Wat kun je zelf doen?
Bij vermoeden van een dijbreuk is wandelen uit den boze. Haal er zo snel mogelijk een dokter bij.

Wat kan je arts doen?
Heupfractuur Afhankelijk van de precieze plaats van de breuk en of die al dan niet verplaatst is, kiest de chirurg, rekening houdend met de algemene toestand van het slachtoffer, voor volgende behandelingen: de twee botstukken aan elkaar bevestigen met schroeven, nagels of met een plaatje, of het plaatsen van een heupprothese. De operatie gebeurt bij voorkeur binnen de 24 uur na het ongeval. Er worden vóór de operatie bloedverdunners en soms ook antibiotica opgestart. Na de ingreep krijg je het advies om snel terug te bewegen. Er wordt gestart met intensieve kinesitherapie. Afhankelijk van het soort operatie mag de heup onmiddellijk volledig belast worden. Via actieve oefentherapie streeft men naar een goed mogelijk functieherstel. In het begin gebeuren de oefeningen grotendeels zittend, en stelselmatig meer staand; daarna volgt het wandelen. Hulpmiddelen zoals een kruk of rollator kunnen tijdelijk ingeschakeld worden. Na plaatsing van een heupprothese is het belangrijk om de heupbeweging tijdens de eerste twee maanden enigszins te beperken zodat de prothese zich niet verplaatst. Afhankelijk van de operatiemethode mag de heup in bepaalde richtingen niet worden gedraaid. De oefentherapie wordt hierop afgestemd. Medicatie tegen osteoporose (=botontkalking) is zinvol om nieuwe fracturen te voorkomen. Er gebeurt een controleröntgenfoto van de heup op 6 en 12 weken na de operatie om te zien of alles in orde is.

Fractuur van dijbeenschacht Bij dit soort van fracturen kan men tot 2 liter bloed verliezen. Daarom is het belangrijk om snel hulp te zoeken. Vóór het transport naar het ziekenhuis wordt een infuus geplaatst en het been gespalkt. In afwachting van een operatie wordt soms een gewicht (+/- één tiende van het gewicht van het slachtoffer) aan het scheenbeen gehangen. Dat zorgt ervoor dat de delen van de breuk zo goed mogelijk terug op één lijn komen te liggen. Tijdens de operatie worden de stukken bot met speciale nagels aan elkaar bevestigd. Het is belangrijk om de heup en de knie na de ingreep te blijven bewegen en om rek- en versterkingsoefeningen van de bovenbeenspieren te doen. Je wordt gevraagd belasting van het dijbeen met gewicht gedurende de eerste 6 weken te vermijden, dit gaandeweg op te drijven tot een volledige gewichtsbelasting na 10 tot 12 weken. De breuk heelt langzaam. Soms gebeurt er een nieuwe operatie om bijv. de nagel te vervangen. De specialist volgt je op na de ingreep. Breuk van het onderste deel van het dijbeen Bij een breuk net boven het kniegewricht worden de stukken bot tijdens een operatie met een plaat aan elkaar bevestigd. Net als bij breuken van de dijbeenschacht heelt deze breuk ook traag (10 tot 12 weken). In het begin mag je dus maar weinig gewicht zetten op de knie. Soms is de eerste weken een rolstoel nodig. Men kan een speciale stevige kniebrace dragen ter ondersteuning. De specialist volgt je op na de ingreep.

Bronnen
www.ebmpracticenet.be