Wat is het?
Musculoskeletale pijn is een overkoepelende term voor pijn in spieren, beenderen, pezen, ligamenten en gewrichten inclusief hun zenuwen, kraakbeen en slijmbeurzen. Musculoskeletale pijn is een veel voorkomende klacht die allerlei oorzaken heeft. Het kan acuut optreden of geleidelijk ontstaan en een chronische vorm aannemen. Mogelijk oorzaken zijn overbelastingsletsels, sporttrauma, ongeval, verkeerde houding of onaangepast materiaal op de werkvloer. De pijnen kunnen ook te maken hebben met aandoeningen zoals artrose, reuma, fibromyalgie… Vrij vaak treedt spier- of beenderpijn op zonder enige reden, en verdwijnt die spontaan.

Hoe vaak komt het voor?
Musculoskeletale pijn is een veel voorkomende reden om de huisarts te raadplegen. Zo is spierpijn de aanmeldingsklacht bij 5,23 op 1 000 consultaties.

Hoe kun je het herkennen?
Musculoskeletale pijn herken je aan de pijn in spieren en gewrichten. Veelal gaat het niet alleen om pijn, maar ook om jeuk, prikkelingen, warmte, krampen en/of stijfheid. De aard van de klachten hangt af van de oorzaak. Zo ontstaat de pijn bij een sportletsel plots. Bij artrose daarentegen neemt die geleidelijk toe, met als klachten nachtelijke pijn en ochtendstijfheid. Bij reuma zijn één of meerdere gewrichten rood, warm, gezwollen en pijnlijk. Pijn bij peesontstekingen is meestal gelinkt aan langdurige belasting, zoals sport of werk waarbij men continu dezelfde bewegingen uitvoert. Bij fibromyalgie zijn er de typische ‘tenderpoints’ (gevoelige punten), verspreid over het hele bewegingsapparaat.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?
Je arts zal je vragen stellen over het soort pijn, wanneer die is ontstaan en of die vermindert of toeneemt. Daarna zal hij je onderzoeken. Soms vindt hij het nodig om bijkomende onderzoeken te doen, zoals een bloedonderzoek of röntgenfoto’s.

Wat kun je zelf doen?
Bij gewone spierpijn is een bezoek aan de huisarts doorgaans niet nodig. Deze pijnen zijn meestal van korte duur en verdwijnen spontaan. De meeste gevallen van gewone spierpijn kunnen verholpen worden zonder hulp van de dokter, door applicatie van koude ijspacks op de pijnlijke zone, rust en medicatie uit de huisapotheek op basis van paracetamol. Als de pijn het gevolg is van een ongeval (trauma) of overbelasting (bijvoorbeeld bij peesontstekingen) is rust heel belangrijk. Bij bepaalde vormen van musculoskeletale pijn, zoals knieartrose, kunnen oefeningen helpen. Meer lichaamsbeweging en oefeningen die de spierkracht verbeteren, kunnen ook zinvol zijn in de behandeling van nekpijn. En oefeningen om het uithoudingsvermogen te verbeteren, zijn nuttig in de behandeling van fibromyalgie. Deze oefeningen gebeuren onder begeleiding van een ervaren kinesitherapeut. Het effect van ‘passieve kinesitherapeutische behandelingen’ zoals massage in de behandeling van musculoskeletale pijn is beperkt. Massage kan wel gunstig zijn in de behandeling van lagerugpijn als die gecombineerd wordt met spieroefeningen en andere therapieën.

Wat kan je arts doen?
In geval medicatie nodig is, schrijft je arts eerst een geneesmiddel op basis van paracetamol of een ontstekingsremmer voor. Spierzalf op basis van ontstekingsremmers is eveneens zinvol bij spier- en beenderpijnen. Volstaat dit niet om de pijn te verlichten, kan men medicatie op basis van codeïne en/of tramadol proberen. Ligt er geen ontstekingsproces aan de basis van de klachten, zoals bij artrose of chronische lagerugpijn, dan zijn ontstekingsremmers niet zinvol. Ze kunnen bovendien aanleiding geven tot belangrijke bijwerkingen, zoals maagzweren, stijging van de bloeddruk, nadelige effecten op hart en nieren. Daarom gebruikt men ze best met de nodige omzichtigheid, zeker bij chronische pijn. In deze gevallen zijn gewone pijnstillers veiliger. Soms schrijft de arts spierontspanners voor. Die kunnen wel helpen om bijvoorbeeld lagerugpijn te behandelen, maar veroorzaken ook bijwerkingen zoals duizeligheid, slaperigheid en geven aanleiding tot afhankelijkheid. Daarom vermijdt men ze best. In sommige gevallen van chronische pijn en fibromyalgie helpen antidepressiva om de pijn te verlichten. Soms zijn cortisone-injecties nodig, meestal bij pees- en slijmbeursontstekingen en bij artrose of artritis van de gewrichten. Er kunnen ook ergonomische verbeteringen aangebracht worden op de werkvloer, zoals aangepaste tafels, bureaustoelen, muis, toetsenbord,.. Bij chronische pijn kan je arts je doorverwijzen naar een team van verschillende specialisten.

Bronnen
www.ebmpracticenet.be

verschenen op 18/05/2017