Slechte doorbloeding in de benen (etalagebenen)

Wat is het?
Een slechte doorbloeding van lichaamweefsel leidt tot zuurstoftekort, wat kan leiden tot weefselschade. De oorzaak is altijd een verstopping van een of meerdere slagaders. Dit kan plots (acuut) of geleidelijk aan (chronisch) ontstaan. Zo kan een bloedklonter plots een slagader afsluiten. Een bloedklonter die ter plaatse wordt gevormd, noemen we een trombose; een bloedklonter die op afstand in een ander bloedvat ontstaat, loskomt, met de bloedstroom meegevoerd wordt en uiteindelijk in een smallere slagader blijft steken, noemen we een embolie. Een langzaam toenemende verkalking van een bloedvatwand geeft een chronisch zuurstoftekort, waardoor de doorbloeding geleidelijk aan vermindert. Roken is de belangrijkste risicofactor, naast familiaal voorkomen van hart- en vaatziekten, diabetes, verhoogde bloeddruk en een verhoogd cholesterolgehalte.

Hoe vaak komt het voor?
Jaarlijks krijgen 0,14 personen op duizend te maken met een plots zuurstoftekort in de benen. Bij 40% is dat het gevolg van een bloedklonter die een bestaande vernauwing plots afsluit, bij 20% geraakt een eerder opengemaakt bloedvat opnieuw verstopt en bij 40% is een embolie (meestal een gevolg van hartritmestoornissen) de oorzaak. Een zuurstoftekort dat geleidelijk ontstaat, veroorzaakt klachten bij 56% van 85-plussers: 15% ontwikkelt een zeer ernstig zuurstoftekort, 2% ondergaat binnen 10 jaar na de diagnose een amputatie. De helft van de personen met zeer ernstig zuurstoftekort in de benen heeft ook diabetes. Naast een gedaalde levensverwachting, loopt men driemaal meer kans op andere hart- en vaatziekten.

Hoe kun je het herkennen?
Een plots zuurstoftekort in de benen wordt gekenmerkt door 5 P’s: – plotse pijn in rust (pain), – afwezige hartslag in de voeten (pulseless), – bleekheid en koud aanvoelen van de voet (palor), – doof gevoel (paresthesieën), – spierzwakte (paralyse). Het volledige lidmaat kan kouder aanvoelen, en je ziet een duidelijk verschil tussen de koude en warme (niet-aangetaste) gebieden op de huid. Blauwverkleuring van vooral de tenen is mogelijk. Een geleidelijk ontstaan zuurstoftekort in de benen wordt volgens ernst ingedeeld in mild, matig of ernstig (kritisch) zuurstoftekort. Naast koude voeten in alle stadia, zijn de meest frequente klachten per stadium de volgende: – mild zuurstoftekort geeft weinig tot geen klachten, maar er is wel een algemeen verhoogd risico op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten. – bij matig zuurstoftekort klaagt men van pijn in de benen, meestal de kuiten, soms de bil, het dijbeen of de voet, die optreedt tijdens het wandelen en verbetert door 5 tot 10 minuten te rusten (‘etalagebenen’). De pijn treedt vlugger op bij bergopwaarts of sneller wandelen. Bij het Leriche-syndroom (vernauwing van het onderste gedeelte van de aorta) treedt pijn op in beide onderste ledematen tot aan de billen; bij sommige mannen geeft het ook erectiestoornissen. – bij ernstig, kritisch zuurstoftekort is de pijn ter hoogte van vooral de voorvoet of tenen hevig en ook aanwezig in rust. In het begin treedt de pijn alleen ’s nachts op. Het been uit bed laten hangen of even opstaan vermindert de klachten. Mogelijke symptomen zijn koude, dove voeten, nagelafwijkingen, verminderde haargroei op tenen en onderbenen en slecht genezende huidwondjes. In ernstige gevallen ontstaan chronische zweren die niet genezen of is er weefselsterfte. Deze vorm wordt beschouwd als een medisch spoedgeval.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?
De diagnose kan meestal gesteld worden op basis van de typische klachten en de bevindingen bij lichamelijk onderzoek. Het is moeilijker om de ernst van het zuurstoftekort in te schatten. Daarom laat de arts de diagnose altijd bevestigen via Doppler-echografie. Dit onderzoek laat toe vernauwingen in de slagaders vast te stellen. Hierbij wordt ook de enkel-armindex (EAI) bepaald. Dat is de verhouding van de hoogst gemeten druk in de bloedvaten ter hoogte van de enkels en die van de bovenarmen. Deze verhouding geeft een indicatie van de mate van doorbloeding van de onderste ledematen. Zo wijst een EAI groter dan 1 op een goede doorbloeding en een EAI lager dan 0,4 op een zeer slechte. Er gebeurt ook steeds een bloedonderzoek met o.a. een bepaling van bloedsuiker en bloedvetten.

Wat kun je zelf doen?
Zorg voor een gezonde levensstijl: stop met roken, beweeg voldoende (minstens 1 uur per dag), let op je gewicht en eet gevarieerd en gezond. Matig je alcoholgebruik. Voorkom kwetsuren aan de voet en vermijd te koude of te warme baden. Een goede voetverzorging en aangepast schoeisel zijn belangrijk, vooral bij diabetes.

Wat kan je arts doen?
Bij acuut of kritisch zuurstoftekort in de benen word je zo snel mogelijk (binnen 6 uur) doorgestuurd naar het ziekenhuis voor een antistollingsbehandeling en verdere onderzoeken. Het verstopte bloedvat wordt onmiddellijk opengemaakt met een katheter, en je krijgt antistollingsmiddelen voorgeschreven. De verwijdering van een embolie (bloedklonter) gebeurt operatief. Soms is een amputatie onvermijdelijk. Dat gebeurt onmiddellijk bij mensen in slechte gezondheid die niet meer zelfstandig kunnen bewegen, en bij personen bij wie minstens de helft van de voet is afgestorven. Ook bij een bijkomende infectie is een spoedverwijzing aangewezen. De behandeling van etalagebenen is in de eerste plaats conservatief. De nadruk ligt dan op het verbeteren van de doorbloeding, bij voorkeur via een oefenprogramma onder begeleiding. Je wordt regelmatig opgevolgd. De arts verwijst je naar een vaatchirurg wanneer de klachten hinderlijk zijn voor je werk of je normaal functioneren. Je krijgt ofwel een metalen buisje (stent) ingeplant ter hoogte van de bloedvatvernauwing, ofwel onderga je een bypassoperatie waarbij de verstopping in de slagader wordt omzeild. Ook bij een onzekere diagnose, bij snel toenemende of blijvende klachten en onhoudbare klachten na 6 maanden medische behandeling en begeleide wandeltraining, verwijst de arts je door naar de vaatchirurg. De aantasting beperkt zich doorgaans niet tot één enkele slagader. Ook andere plaatsen in het lichaam zijn meestal getroffen, zoals het hart en de hersenen. Daarom is het belangrijk om medicatie op te starten die dit risico vermindert, zoals acetylsalicylzuur (aspirine) dat de bloedplaatjes minder kleverig maakt, cholesterolverlagers (statines) en zo nodig bloeddrukverlagers. De arts gaat tevens na of er sprake is van een verhoogde nuchtere bloedsuikerspiegel en zal die zo nodig medicamenteus behandelen.

Meer weten?
www.thuisarts.nl (etalagebenen)

Bronnen
www.ebmpracticenet.be

verschenen op 15/02/2017