Wat is het?
De zorg die specifiek gericht is op ouderen noemt men de geriatrie. De term ‘geriatrie’ komt van het Griekse ‘geron’, dat oudere betekent, en ‘iatros’, dat arts betekent. Vele ouderen lijden aan verschillende ziekten tegelijk. Van de 70-plussers lijdt 50 tot 70% aan minstens 2 chronische ziekten. Vaak gaat het om aandoeningen waarvan ze niet meer zullen genezen. De meest voorkomende onderliggende ziekten zijn geheugenstoornissen, hart- en vaatziekten, diabetes, recent gebroken heup en/of psychiatrische aandoeningen. Onderzoek heeft aangetoond dat met een geriatrische aanpak in teamverband, in vergelijking met gewone zorg waarbij elke ziekte apart wordt behandeld, ouderen langer leven en langer thuis kunnen wonen. Een geriatrisch zorgteam ontfermt zich over de kwetsbare oudere in de thuissituatie, soms met korte verblijven in het ziekenhuis.

Wat kun je zelf doen?
Elke patiënt, ook de oudere, moet op de hoogte zijn van zijn patiëntenrechten en actief meedenken in zijn medisch verhaal. Dat noemt men ‘patiënt empowerment’. Daarnaast is het belangrijk dat hij zo veel mogelijk actief blijft in het dagelijkse leven. Dat noemt men ‘reconditionering’: – patiënt empowerment: een fundamenteel recht van de patiënt, in dit geval de oudere persoon, is dat hij zelf kan beslissen over zijn behandeling, ook in zijn laatste levensjaren. Oudere patiënten zijn vaak zelf niet meer in staat om goed te verwoorden wat ze willen. Echtgenoot, partner of een ander familielid kunnen dan helpen. De persoon die de wilsbekwame patiënt (=kan nog zelf beslissingen nemen) bijstaat, noemt men de ‘vertrouwenspersoon’. Wanneer de oudere patiënt wilsonbekwaam wordt (=kan zelf geen beslissingen meer nemen), kan hij een verwante toestaan om in zijn plaats te beslissen bijvoorbeeld m.b.t. behandelingen. Men spreekt dan van een ‘vertegenwoordiger’. Zo kan een oudere een vertegenwoordiger hebben voor zijn financiën, omdat omgaan met geld moeilijk wordt of om hem te beschermen tegen misbruik uit de omgeving. Een oudere patiënt moet zijn (toekomstige) vertegenwoordiger op voorhand schriftelijk bekendmaken; zijn vertrouwenspersonen duidt hij zowel mondeling als schriftelijk aan. Is een patiënt al wilsonbekwaam zonder op voorhand een vertegenwoordiger aan te duiden, dan doet de vrederechter dat. Doorgaans hanteert hij hiervoor een vaste volgorde: eerst de samenwonende partner, dan de meerderjarige kinderen, en vervolgens de nog levende ouders. – reconditionering: naast nadenken over de behandelingen, vertrouwenspersonen of een vertegenwoordiger, is het belangrijk dat geriatrische patiënten zo actief mogelijk blijven. Bij reconditionering is een goede voeding essentieel en dient langdurige bedrust vermeden te worden. Regelmatig overleg met alle zorgverleners is nodig om de zorg optimaal te regelen, te bepalen wie welke taken op zich neemt, om na te gaan wat de oudere zelf wil en welke aanpassingen er in de woning moeten gebeuren bv. in kader van valpreventie.

Wat kan je arts doen?
De betrokken artsen stellen, samen met de oudere patiënt, een individueel zorgplan op rekening houdend met de wensen van de patiënt en de aandoeningen waaraan hij lijdt. De familie zal de boodschap moeten krijgen dat de wens van de patiënt moet worden gerespecteerd. De huisarts en andere behandelende artsen zullen proberen te achterhalen wat de werkelijke wens van de patiënt is. Zij zullen ervoor zorgen dat de patiënt (en eventueel diens vertegenwoordiger) inziet wat de gevolgen van die wensen zijn in de praktijk. De artsen beslissen steeds in het belang van de patiënt, en met diens wensen in het achterhoofd. Daarnaast zal de huisarts of geriater zich buigen over de prognose van de ziekten waaraan de oudere patiënt lijdt, de levensverwachting en de daarbijbehorende beslissingen. Zo kan het bijvoorbeeld nodig zijn dat de arts, samen met de patiënt of zijn vertegenwoordiger, beslissen in welke gevallen de patiënt niet meer geopereerd, opgenomen, gereanimeerd,… wordt. Deze beslissingen worden zorgvuldig genomen en genoteerd. Belangrijk om weten is dat deze afspraken steeds kunnen herzien worden als de medische vooruitzichten drastisch verbeteren of wanneer patiënt dit wenst. De artsen bespreken deze zaken op een tactvolle manier met de patiënt en/of de vertrouwenspersoon. Net zoals de patiënt het recht heeft om geïnformeerd te worden, heeft hij ook het recht om onwetend te blijven. Geriatrische patiënten hebben echter vaak in mindere of meerdere mate een geheugenprobleem, waardoor het soms moeilijk is om prognoses met hen te bespreken. Heeft de oudere patiënt aandoeningen die gestabiliseerd of behandeld kunnen worden, dan probeert de huisarts of geriater dit te verwezenlijken. Het is eveneens belangrijk om de voedingsstatus en de medicatie van de patiënt onder de loep te nemen. Oudere patiënten reageren immers anders op geneesmiddelen en hebben sneller last van bijwerkingen. Het kan zijn dat niet alle medicatie nog zinvol is en sommige zelfs gevaarlijk zijn (vb. slaappillen). De zorg van een geriatrische patiënt met ongeneeslijke aandoeningen kan gebeuren door de behandelende arts in samenwerking met zorgverleners van een palliatief team.

Meer weten?
http://vlaamspatientenplatform.be/uploads/documents/Brochure_vpp_Patienenrechten.pdf (over patiëntenrechten, vertrouwenspersoon, vertegenwoordiger…)

Bronnen www.ebmpracticenet.be – Paulus D, Van den heede K, Mertens R. Position paper: organisatie van zorg voor chronisch zieken in België. Health Services Research (HSR). Brussel: Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). 2012. KCE Reports 190As. D/2012/10.273/82. – Ellis G, Whitehead MA, Robinson D, et al. Comprehensive geriatric assessment for older adults admitted to hospital: meta-analysis of randomised controlled trials. BMJ 2011;343:d6553

verschenen op 24/11/2016