Wat is het?
Bij een afstaand schouderblad staat het schouderblad in een abnormale positie. De afwijking ontstaat wanneer een van de spieren van de schoudergordel niet meer naar behoren werkt. Dat kan voorvallen na beschadiging (ongeval, heelkundige ingreep) of na een ontsteking van een zenuw die deze spieren aanstuurt. Meestal gaat het om de lange borstzenuw die de voorste zaagspier bezenuwt die ervoor zorgt dat het schouderblad tegen het ribbenrooster gedrukt blijft, of de bijkomende zenuw die de monnikskapspier bezenuwt en ervoor zorgt dat het schouderblad naar buiten of naar binnen kan draaien.

Hoe kun je het herkennen?
Het meest opvallende is de veranderde stand van het schouderblad. Het schouderblad heeft normaal gesproken een driehoekige vorm met de punt naar beneden. Bij een afstaand schouderblad wijst de onderste punt meer naar binnen (naar de wervelzuil), terwijl de bovenste rand meer naar buiten wijst. Het schouderblad staat in zijn geheel ook iets verder van de wervelzuil af. Dit kun je goed zien wanneer je vergelijkt met de andere kant. Bij een afstaand schouderblad kun je moeilijkheden hebben de je arm omhoog te brengen; het laatste stukje van die beweging kan zelfs onmogelijk zijn. Dit bemoeilijkt de gewone dagelijkse activiteiten zoals aankleden of haren wassen. Wanneer je met beide handen tegen de muur duwt, draait het schouderblad weg. Schouderbewegingen kunnen pijnlijk zijn doordat het schouderblad niet voor de nodige stabiliteit zorgt. Soms heb je last van een zeurende pijn in de schouder, rond het schouderblad en in de nek, die kan uitstralen tot in de hand. Pijn in de borstkast en de oksel komt voor bij verlamming van de voorste zaagspier.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?
Je arts stelt de aandoening vast tijdens een onderzoek van de schouder. Met een elektromyografie (EMG) wordt de werking van de zenuw beoordeeld door de elektrische activiteit in de spieren te meten. Na een ongeval wordt tevens een röntgenfoto van de schouder genomen.

Wat kun je zelf doen?
Dankzij oefeningen onder leiding van een kinesitherapeut kun je de andere spieren versterken die een rol spelen in de bewegingen van de schouder. Zo kan het functieverlies gedeeltelijk worden gecompenseerd.

Wat kan je arts doen?
Bij een verwonding of ruk aan de schouder wacht de arts maximaal twee jaar af hoe de letsels evolueren. Geheel of gedeeltelijk spontaan herstel is immers mogelijk. Bij erge verlammingen wordt de schouder gespalkt om de schouderbewegingen te vergemakkelijken. In zeldzame gevallen kan men bij een letsel van de lange borstzenuw na enkele jaren opteren voor een spiertransplantatie. Een letsel van de bijkomende zenuw kan chirurgisch worden behandeld, indien uitgevoerd binnen de 6 maanden na het ontstaan van het letsel.

Meer weten?
Anatomie van de schouder Elektromyografie (EMG)

Bronnen
www.ebmpracticenet.be verschenen op 03/11/2016