Wat is het?
Een ziekte of letsel kan moeilijkheden veroorzaken met het verwerken, formuleren en begrijpen van gesproken en geschreven taal. Dat noemen we afasie. De oorzaak is meestal een hersenbloeding of -infarct in de linkerhersenhelft (beroerte), waar de belangrijkste gebieden liggen voor de taalontleding.

Hoe vaak komt het voor?
In België krijgen jaarlijks 24 000 mensen een herseninfarct of -bloeding. Een bepaalde graad van afasie komt voor bij meer dan de helft van hen.

Hoe kun je het herkennen?
Afasie kan zich op 3 verschillende manieren uiten: – op motorisch vlak (Broca-afasie): de spraak is moeizaam en hortend, maar het begrijpen van taal is vaak beter bewaard. – op sensorisch vlak (Wernicke-afasie): de spraak zelf is vloeiend, maar woorden die men wil zeggen (doelwoorden) worden vervangen door andere woorden (parafasie). Zo kan de betekenis verwant zijn aan het doelwoord (bv. ‘stoel’ i.p.v. ‘tafel’), kunnen er klanken van het doelwoord gewijzigd zijn (bv. ‘blinder’ i.p.v. ‘vlinder’) of is het doelwoord nog of helemaal niet meer herkenbaar (bv. ‘blander’ i.p.v. ‘vlinder’). Begrijpen van taal lukt vaak minder goed. – op anomisch vlak: de spraak is vloeiend, maar men heeft moeilijkheden om op woorden of namen te komen (woordvindingsproblemen). Ongeveer 40% van de gevallen herstelt (bijna) volledig binnen het jaar. De graad van afasie hangt af van de plaats en uitgebreidheid van het infarct of de bloeding. We onderscheiden milde, matige en ernstige afasie. Bij milde afasie is een normale communicatie nog mogelijk. Bij matige afasie kan de patiënt nog spreken en begrijpt hij wat er gezegd wordt, maar heeft hij wel grote moeite om zich uit te drukken. Bij ernstige afasie zijn alle taalfuncties (spreken, begrijpen, lezen en schrijven) ernstig verstoord. Ook andere hersenfuncties kunnen aangetast zijn. Zo kan de persoon ook moeilijkheden hebben om te articuleren, vrijwillig te bewegen, bepaalde zaken te onthouden of waar te nemen. Mensen met afasie hebben bovendien vaak last van depressieve gevoelens.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?
Afasie wordt duidelijk wanneer de arts in gesprek gaat met de patiënt. Een hersenbloeding of beroerte is meestal bekend.

Wat kun je zelf doen?
Besteed aandacht aan de manier waarop je met het slachtoffer praat: spreek traag en duidelijk, terwijl je naar hem kijkt. Gebruik zoveel mogelijk eenvoudige woorden en zinsconstructies. Breng één onderwerp per keer aan. Herhaal zo nodig de essentiële zaken. Wees niet ongeduldig en geef voldoende tijd om te antwoorden. Onderbreek hem dus niet voortdurend en probeer niet voor te zeggen wat je denkt dat hij bedoelt. Zeg steeds of je hem begrepen hebt en vraag na of hij heeft begrepen wat jij gezegd hebt. Formuleer je vragen op een ondubbelzinnige manier. Zorg ervoor dat elke vraag maar één onderwerp heeft, zodat ook het antwoord makkelijk is. Gebruik zo nodig geschreven mededelingen. Ook gebaren, gelaatsuitdrukkingen, tekeningen,… kunnen helpen. In geval van een beroerte is er geen tijd te verliezen. Je kunt een beroerte snel leren herkennen aan de hand van de FAST-test (Face, Arm, Speech, Time).

Meer informatie vind je op www.herkeneenberoerte.be. Verwittig bij een afwijkende test onmiddellijk de hulpdiensten via het nummer 112.

Wat kan je arts doen?
Het doel van de behandeling is de verloren functies te herstellen. Is dat niet meer mogelijk, dan wordt volop ingezet op wat nog wel kan. Het beste resultaat wordt bereikt met een multidisciplinaire benadering, waarbij naast de arts ook een logopedist en zo nodig een psycholoog worden ingeschakeld. Intensieve logopedische begeleiding is essentieel voor het herstel. Ook de naaste omgeving wordt nauw bij het revalidatieproces betrokken. Zo nodig voorziet men communicatiehulpmiddelen. Patiëntenorganisaties kunnen helpen bij de aanvaarding.

Bronnen
www.ebmpracticenet.be www.afasienet.com

verschenen op 21/09/2016