Wat is het?
De nieren filteren continu het bloed. Ze verwijderen de afvalstoffen en het overtollige water om te voorkomen dat ze ons lichaam langzaam vergiftigen. Dialyse of kunstmatige vervanging van de nierfunctie is noodzakelijk wanneer de nieren minder dan 10% werken. Een sterk verminderde nierwerking is doorgaans te wijten aan een vergevorderde nierziekte zoals diabetische nefropathie (nierziekte die ontstaat door diabetes), chronische glomerulonefritis (aantasting van de kleine filtereenheden van de nieren), cystische nierziekte (aangeboren cysten op de nieren) of nefrosclerose (verdikking en verharding van de bloedvaten in de nieren). Deze aandoeningen zijn ongeneeslijk. Dit betekent dat de dialyse levenslang moet gebeuren, tenzij een niertransplantatie wordt uitgevoerd.
Er bestaan 2 vormen van nierdialyse, nl. hemodialyse of peritoneale dialyse:
– Bij hemodialyse wordt het bloed buiten het lichaam gebracht en door een machine gezuiverd. Een vaatchirurg legt eerst een verbinding aan tussen een ader en een slagader in de pols of onderarm. Via deze verbinding of fistel wordt het bloed afgeleid naar een kunstnier, daar gezuiverd, en vervolgens terug in het lichaam gepompt. Een dialysebehandeling duurt gemiddeld 4 uur en gebeurt doorgaans in het ziekenhuis. De patiënt ondergaat dergelijke behandeling ongeveer 3 keer per week. Er bestaan tegenwoordig aangepaste apparaten voor hemodialyse aan huis.
– Bij een peritoneale dialyse wordt het eigen buikvlies als filter gebruikt om afvalstoffen te verwijderen via een steriele vloeistof. Na enkele uren wordt deze drainagevloeistof, met de afvalstoffen erin, verwijderd en vervangen door zuivere vloeistof. De vloeistof blijft gedurende het grootste gedeelte van de dag of nacht in het lichaam van de patiënt, en is dus een meer gelijkmatige en constante vorm van nierfunctievervanging dan hemodialyse. Peritoneale dialyse gebeurt over het algemeen thuis door de patiënt zelf. Elke 6 weken volgt een controle in het ziekenhuis. Bij chronische ambulante peritoneale dialyse vindt de dialyse 4 keer per dag plaats. Bij automatische peritoneale dialyse gebeurt de dialyse elke nacht wanneer de patiënt slaapt, gedurende 8 tot 10 uur. De patiënt leert de apparatuur eerst in het ziekenhuis te bedienen. De dialysedienst is ook continu bereikbaar in geval van problemen.

Hoe vaak komt het voor?
Door de vergrijzing neemt het aantal dialysepatiënten toe. België telt ongeveer 7 000 dialysepatiënten, van wie twee derde ouder is dan 65 jaar.

Waarmee hou je best rekening?
Wees steeds bedacht op mogelijke complicaties, zeker als je de dialyse thuis doet. Neem onmiddellijk contact op met je arts in geval van koorts, buikpijn, roodheid rond de ingang van de katheter, vochtophoping in de benen (oedeem) of elders. Omdat je nieren niet goed werken, mag je niet te veel drinken. Een vuistregel is 800 ml + de hoeveelheid die je die dag hebt geplast. Overmatig vochtverlies of vochtophoping kun je het best opsporen door je dagelijks te wegen. Een snelle gewichtsverandering is een signaal dat er iets misloopt. Houd je strikt aan je voorgeschreven dieet en respecteer de zoutbeperking. Controleer regelmatig je bloeddruk en noteer de gemeten waarden. Meet hem steeds aan de arm waar geen fistel zit. Een goede mond- en tandzorg is zeer belangrijk. Verwijdering van tandsteen gebeurt steeds onder dekking van antibiotica.
Tijdens een hemodialyse kun je last krijgen van krampen naarmate het einde van de dialyse in zicht komt. Heb je een te lage bloeddruk, dan betekent dit wellicht dat er te veel vocht is onttrokken en uitdroging optreedt.

Wat kan je arts doen?
De huisarts is vooral bedacht op een mogelijke infectie via de katheter. Bij peritoneale dialyse kan dit aanleiding geven tot buikvliesontsteking (peritonitis) met als eerste klachten buikpijn en een troebele drainagevloeistof. Koorts wijst op een mogelijke bloedvergiftiging (sepsis). In dat geval stuurt de huisarts je onmiddellijk door naar het ziekenhuis.
Vochtophoping (oedeem), kortademigheid, hoge bloeddruk of afwijkingen op een longfoto wijzen op vochtoverbelasting, en worden behandeld met dialyse. Voor hemodialysepatiënten geldt eventueel ook een vochtbeperking. Bij patiënten die nog urine produceren, kunnen hoge dosissen plaspillen (diuretica) helpen.
De huisarts mag bij een hemodialysepatiënt geen bloedname of bloeddrukmeting uitvoeren aan de arm met de fistel. Schrijft hij medicatie voor, dat ziet hij erop toe dat het soort geneesmiddel en de dosering ervan aangepast is aan de verminderde nierfunctie.
Dialysepatiënten komen in aanmerking voor een jaarlijks griepvaccin.

Meer weten?
https://www.nierstichting.nl/leven-met-een-nierziekte/dialyse/
https://www.uzleuven.be/nierdialyse

Bronnen
www.ebmpracticenet.be
http://www.domusmedica.be/documentatie/richtlijnen/overzicht/chronische-nierinsufficientie.html
http://www.jessazh.be/deelwebsites/niercentrum-hasselt/nieren-en-nierziekten/behandeling/hemodialyse
http://www.zol.be/sites/default/files/deelsites/nierziekten/dialyse.pdf
https://zelfhulpwijzer.be/nierfalen-zelfhulpgroepen

verschenen op 07/07/2016