Wat is het?
Spasticiteit kenmerkt zich door verhoogde spanning en stijfheid in een spier. Deze spanning of stijfheid heb je zelf niet in de hand. Met andere woorden, het is iets onvrijwillig en onwillekeurig. Spasticiteit wijst nagenoeg altijd op schade aan zenuwcellen in het centrale zenuwstelsel. Nochtans heeft niet elke aandoening van het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg) spasticiteit als kenmerk.
De constante verhoogde spanning in een spier is het gevolg van een verstoorde reflex. We hebben verschillende soorten reflexen: de stretchreflex, de kniepeesreflex,… Het zijn de hersenen en het ruggenmerg die de reflexen via sensoren in de spieren en pezen regelen. Zo zorgen de hersenen ervoor dat een reflex als het ware kan worden aan- en uitgezet. Loopt er iets fout in de hersenen, dan kan het gebeuren dat een reflex constant ‘aan’ staat. Op die manier ontstaat spasticiteit.
Spasticiteit is zelden het enige symptoom van een aandoening van het centrale zenuwstelsel. Andere mogelijke tekenen zijn veralgemeende spierzwakte, té vinnige peesreflexen (bvb. de kniepeesreflex), urine-incontinentie,… Typisch zijn ook de spierspasmen (of spierkrampen), waarbij een spier plots en ongecontroleerd samentrekt. Die kunnen zeer pijnlijk zijn. De meest voorkomende neurologische oorzaken van spasticiteit zijn beroertes (CVA), Multiple Sclerose (MS), (hersen)tumoren en traumatische letsels van de hersenen en het ruggenmerg.
Spasticiteit is schadelijk voor de spieren (spierverkorting) en tast de gewrichten aan.

Hoe kun je het herkennen?
Men kan de spierspanning (of spiertonus) testen door iemands lidmaat passief te bewegen. Zo kan men bijvoorbeeld iemands arm vastnemen en bewegen over een scharnierpunt (bv. de elleboog). Op die manier voelt men de spanning van een spier in rust en kan men ook oordelen of de spier spasticiteit vertoont; met andere woorden of de weerstand tegen de beweging (de passieve spierrekking) toeneemt.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?
De arts stelt de diagnose van spasticiteit op basis van het lichamelijk onderzoek. Hij test zorgvuldig verschillende spiergroepen op hun rusttonus en op spasticiteit door ze passief te bewegen. Hij zal ook letten op het zogenaamde knipmesfenomeen: er ontstaat dan aan het begin van het bewegingstraject weerstand tegen de beweging, die daarna plots weer verdwijnt.
Er is geen aanvullend onderzoek nodig om spasticiteit op te sporen. Wel zal de arts steeds nagaan waarom iemand spasticiteit vertoont. Afhankelijk van zijn bevindingen, is het mogelijk dat hij een hersenscan, bloedonderzoek,… aanvraagt.

Wat kan je arts doen?
Tast de spasticiteit je dagelijks functioneren aan, dan kan de arts je medicatie voorschrijven (baclofen, tizanidine en dantroleen). Ook diazepam wordt soms gebruikt. Deze geneesmiddelen hebben vaak bijwerkingen: slaperigheid, te lage bloeddruk (zeker gecombineerd met medicatie tegen te hoge bloeddruk), sufheid, droge mond en verwarring. De medicatie wordt best niet ineens stopgezet, want dat kan aanleiding geven tot ontwenningsverschijnselen.
Andere mogelijke behandelingen:
– medische cannabis wordt steeds vaker erkend in de behandeling van spasticiteit;
– botoxinjecties kunnen de symptomen van spasticiteit doen afnemen; het effect is echter tijdelijk, en de behandeling moet regelmatig herhaald worden;
– in ernstige gevallen kan baclofen via een automatische pomp rechtstreeks in het ruggenmerg worden toegediend;
– selectieve dorsale rizotomie is een chirurgische ingreep waarbij men enkele zenuwbanen heel precies doorsnijdt. Deze operatie verzwakt de reflexboog die aan de basis ligt van spasticiteit.
De (langdurige) behandeling van spasticiteit is een zaak van verschillende zorgverleners. De kinesitherapeut is hierbij van onschatbare waarde. Hij kan je helpen met regelmatige rekoefeningen en bewegen van de gewrichten, en je bepaalde houdingen aanleren.

Wat kun je zelf doen?
Stretch regelmatig, voor zover mogelijk. Bij bedlegerigheid moet de huid goed verzorgd worden om doorligwonden (decubitus) te vermijden. Ijszakjes aanbrengen helpt om de klachten van spasticiteit te verminderen. Kinesitherapie gaat ook beter wanneer er een ijszakje wordt gebruikt.

Bronnen
www.ebmpracticenet.be
www.uzleuven.be/spasticiteit

verschenen op 09/06/2016