Wat is het?
Een palliatieve behandeling is de zorg voor een patiënt met een niet meer behandelbare levensbedreigende aandoening. De focus van deze zorgverlening ligt op het verlichten of voorkomen van het lijden. De duur van een palliatieve behandeling kan variëren van dagen tot jaren. In elk ziektestadium tracht men een behandeling te vinden waarvan de palliatieve patiënt meer voor- dan nadelen ondervindt. Zo kan radiotherapie de klachten verlichten van patiënten die nog in goede conditie zijn, terwijl bij een stervende patiënt zorg en pijnverlichting centraal staan.

Wat kan je arts doen?
Hoest
Hoest bij een palliatieve patiënt kan verschillende oorzaken hebben: longmetastasen (uitzaaiingen), infectie of hartfalen. De behandeling hangt af van de oorzaak. Bij droog kleverig slijm wordt de lucht bevochtigd en krijgt de patiënt slijmverdunners toegediend.

Kortademigheid
De arts spoort behandelbare, omkeerbare oorzaken van kortademigheid op. Punctie van overtollig vocht rond het hart of de longen kan belangrijke verlichting brengen. Andere mogelijke oorzaken van kortademigheid zijn luchtpijpvernauwing door druk van de tumor, vergrote levertumor of angst/hyperventilatie.
Het is belangrijk een patiënt met kortademigheid goed te informeren over het ziekteverloop en hem gerust te stellen. Angst kan immers het gevoel van kortademigheid versterken.
Tijdens een acute aanval van kortademigheid kan de patiënt leren hoe te reageren. De arts geeft hiervoor schriftelijke instructies onder meer m.b.t. de inname van bepaalde geneesmiddelen (indien aangewezen en afhankelijk van de oorzaak), maatregelen die de kortademigheid kunnen verlichten zoals het aannemen van een (half)zittende positie, kalm in- en uitademen en het raam openen en m.b.t. het inroepen van hulp wanneer nodig (telefoonnummers bij de hand). Ook ademhalingsoefeningen, kinesitherapie, zuurstoftoediening kunnen worden aangewend.
Bij matige kortademigheid werkt de combinatie van morfine, corticosteroïden en benzodiazepines meestal het beste. Indien nodig kunnen antidepressiva gestart worden.

Droge mond en mondvliesontsteking
Medicatie die een droge mond veroorzaakt, wordt zo mogelijk gestopt. Kunstmatig speeksel, regelmatig tandartsbezoek, goede mondhygiëne en aangepaste maaltijden (zacht, gepaste temperatuur) kunnen verlichting brengen. De gist Candida is de meest voorkomende oorzaak van mondinfectie en wordt behandeld met antischimmelmedicatie (bvb. miconazolgel). In geval van een herpesinfectie van de mond worden antivirale middelen zoals aciclovir of valaciclovir gegeven. Lidocaïne, morfineoplossing of systemische pijnstillers kunnen de pijn verlichten.

Verminderde eetlust
Verminderde eetlust bij een palliatieve patiënt kan vele oorzaken hebben: sommige pijnstillers, schimmelinfectie van de mond of depressie. Bij een naderend levenseinde vermindert het dorst- en hongergevoel vaak progressief. Uiteindelijk zal de patiënt alle voedsel en drank weigeren. In dit eindstadium is het kunstmatig toedienen van vocht en/of voeding enkel hinderlijk voor de zieke.
Indien mogelijk en gewenst kan een gepaste behandeling worden gestart. Bepaalde medicatie (corticosteroïden) kan de eetlust aanwakkeren. Andere adviezen zijn bijvoorbeeld samen gekleed aan tafel eten of kleine porties calorierijk voedsel nuttigen op kleine bordjes.

Misselijkheid en braken
Om een goed idee te krijgen van de mogelijke oorzaak van braken, zal de arts het braaksel inspecteren (geur, kleur, ogenblik). Onder meer chemo- of radiotherapie, obstipatie en depressie kunnen misselijkheid veroorzaken. De behandeling wordt afgestemd op de oorzaak. Metoclopramide en haloperidol kunnen de misselijkheid verminderen.

Obstipatie
Obstipatie (moeilijke of minder frequente stoelgang gaande van minder dan driemaal per week tot minder dan 1 keer op 3 dagen) komt bij palliatieve patiënten vaak voor. Ruim 50% van de palliatieve patiënten heeft er last van. Dat aantal stijgt zelfs tot 80 à 90% bij toediening van opioïden. Obstipatie kan ook veroorzaakt worden door pijnlijke anale kloven, verminderde eetlust of verminderde fysieke activiteit. Bij gebruik van morfine of aanverwante medicijnen worden steeds laxeermiddelen bijgegeven om obstipatie te voorkomen.

Diarree
Bij een kankerpatiënt wordt diarree doorgaans veroorzaakt door de antikankerbehandeling. Hardnekkige obstipatie kan ook overloopdiarree geven. Symptomatische behandeling kan bestaan uit vochttoediening, loperamide of morfine.

Darmobstructie
Je herkent een darmobstructie aan volgende symptomen: misselijkheid en braken, krampen en afwezigheid van winden en stoelgang. Ook hier zijn verschillende oorzaken mogelijk: littekenvorming in de darmen na een ingreep of tumoringroei in de darm. Afhankelijk van de obstructiegraad worden medicijnen of lavementen gegeven. Is de patiënt nog in redelijk goede conditie, dan kan men bij een mechanische obstructie (d.w.z. dat iets de darm blokkeert) een operatie overwegen.
Er moet bij iedere patiënt afzonderlijk nagegaan worden of hij baat heeft bij intraveneuze vocht- of voedseltoediening. Verwacht men dat de patiënt niet lang meer zal leven en braakt hij continu ondanks de medicatie, dan zal de arts de voor- en nadelen van een maagsonde (via de neus) bespreken. Doorgaans verdragen patiënten beter een PEG-sonde (rechtstreeks door buikwand).

Hik
Hik kan een gevolg zijn van irritatie van de zenuw die het diafragma bezenuwd. Het diafragma is de spier die borstkas van buikholte scheidt. Mogelijke oorzaken zijn een vergrote lever, hersentumor of uitzaaiing, te veel ureum in het bloed of bepaalde antikankermedicatie. De oorzaak wordt zo nodig behandeld. Proberen te zitten, ademen in een papieren zak, drinken van twee glazen water of innemen van twee theelepels suiker kunnen helpen. Soms geeft men medicijnen (afhankelijk van de oorzaak). Anti-epilepsiemedicatie kan helpen wanneer de hik het gevolg is van een hersentumor.

Zweertjes door huidmetastasen of verzwerende tumoren
De behandelingsopties zijn in dit geval radiotherapie, sterk absorberende verbanden bij nattende zweren, absorberende actieve koolverbanden of antibiotica bij sterk geurende of geïnfecteerde wonden. Bij zweren die niet verbeteren ondanks behandeling kan een plastisch chirurg worden geraadpleegd.

Jeuk
Een droge huid is de meest voorkomende oorzaak van jeuk bij kankerpatiënten. Ook morfine, allergische reacties en huidmetastasen kunnen gepaard gaan met jeuk. Indien mogelijk wordt de oorzaak behandeld. Bij de behandeling van jeuk, ongeacht de oorzaak, staat een goede huidverzorging centraal (hydraterende, vette zalf). Ook koele mentholbereidingen en het dragen van licht katoenen kledij kunnen verlichting brengen.

Palliatieve radiotherapie
Palliatieve bestraling is een optie bij botpijn die niet reageert op pijnstillers, of om fracturen van gewichtdragende botten te voorkomen, ruggenmergcompressie te voorkomen en te behandelen, de druk en bloedingen te controleren (bij hersentumor), huidtumoren en -metastasen te behandelen en obstructies te verminderen. Palliatieve radiotherapie moet de symptomen snel verlichten met zo weinig mogelijk nevenwerkingen.

Meer weten?
www.palliatief.be
https://www.uzleuven.be/palliatieve-zorg/links

Bronnen
www.ebmpracticenet.be

verschenen op 21/04/2016