Wat is het?
Een ingrijpende verandering in het leven (positief of negatief) houdt altijd een zekere vorm van stress in. De reactie daarop is meestal beperkt. Men slaagt er in om zich op een aanvaardbare manier aan te passen aan de verandering. Maar mensen met een aanpassingsstoornis ontwikkelen binnen de maand overdreven emoties of afwijkend gedrag waarbij hun psychisch lijden ernstiger is dan men onder de gegeven omstandigheden zou verwachten. Zij kunnen hierdoor sociaal en beroepsmatig niet goed meer functioneren. Een aanpassingsstoornis is dus eigenlijk een abnormale reactie op een stressvolle gebeurtenis. Na het verdwijnen van de stressfactor blijven de symptomen niet langer dan 6 maanden aanwezig. Treden de klachten op na het verlies van een dierbare of passen ze bij een andere psychische aandoening die relevant kan zijn voor de levenssituatie, dan spreekt men niet van een aanpassingsstoornis.

Hoe vaak komt het voor?
Het is niet bekend hoeveel mensen nu precies lijden aan een aanpassingsstoornis. Hiernaar is er nog te weinig onderzoek gedaan. Vermoedelijk komt het frequent voor.

Hoe kun je het herkennen?
Aanpassingsstoornissen uiten zich als angst, depressie en gedragsveranderingen. Deze symptomen treden op binnen de maand na het ontstaan van de stresssituatie. Belangrijk om te weten is dat het om mensen gaat die geen andere psychische stoornissen hebben. Wanneer de stressfactoren wegvallen, verdwijnen ook de aanpassingsstoornissen.
We kunnen aanpassingsstoornissen indelen op basis van hun belangrijkste symptoom:
– reactieve depressie: depressieve stemming, huilen en gevoelens van hopeloosheid staan op de voorgrond;
– reactieve angst: nervositeit, ongerustheid en spanning overheersen;
– reactieve gedragsstoornis waarbij de rechten van andere mensen en leeftijdgebonden sociale normen en regels worden geschonden (bvb. vechten, roekeloos rijden of vandalisme);
– reactieve emotionele gedragsstoornis.
Een aanpassingsstoornis mag niet onderschat worden. Vooral bij jongeren kan het aanleiding geven tot zelfdestructief gedrag.

Wat kan je arts doen?
Crisispsychotherapie heeft als doel dat de persoon zich gehoord en begrepen voelt en langzaam gaat inzien hoe hij in de nieuwe levenssituatie kan functioneren. Meestal volstaan een tweetal sessies bij een psycholoog.
Geneesmiddelen zijn van weinig of geen nut. Soms is een korte periode van ziekteverzuim op het werk of op school verantwoord.

Bronnen
www.ebmpracticenet.be
http://www.geestelijkgezondvlaanderen.be/

verschenen op 24/03/2016