Wat is het?
Mensen komen steeds vaker bij hun huisarts terecht met psychosomatische klachten. Dat zijn lichamelijke klachten die niet of onvoldoende verklaard kunnen worden door een lichamelijke aandoening, maar veregeren door of het gevolg zijn van een psychologisch probleem. Wanneer psychische klachten geuit worden als lichamelijke symptomen, spreken we van somatisatie. Dit soort klachten kan zijn oorsprong vinden in persoonlijke of socio-culturele factoren, of factoren die te maken hebben met medische behandelingen:
– persoonlijke factoren: erfelijke factoren, persoonlijkheidstrekken zoals een laag zelfbeeld, pessimisme, onvermogen om emoties uit te drukken, en factoren die samenhangen met de ontwikkeling en met het leren zoals verwaarlozing, seksueel en fysiek geweld, ziekte en ziektegedrag van de ouders. Ook fysiologische mechanismen kunnen aan de basis liggen zoals bij hyperventilatie, spierspanning e.d.
– socio-culturele factoren: soms zijn de klachten cultureel gebonden. Wanneer psychische klachten cultureel niet aanvaard worden, zullen ze vaak geuit worden als lichamelijke klachten.
– factoren die verband houden met medische behandelingen: te veel onderzoeken zonder behandeling kunnen de klachten uitlokken.
Tot de helft van de mensen met psychosomatische klachten heeft daarnaast ook een depressie of angststoornis. Ten slotte kan iemand met psychosomatische klachten ook daadwerkelijk een lichamelijke ziekte hebben. Ziekten zoals epilepsie en multiple sclerose (MS) maken mensen vatbaarder voor het uiten van psychosomatische klachten.

Hoe vaak komt het voor?
Van 20 tot 35% van de mensen die de huisarts bezoeken, heeft één of meer onverklaarde lichamelijke klachten; 70% van hen zijn vrouwen. Psychosomatische klachten worden vaker gezien in onder andere lagere sociale klassen, in ontwikkelingslanden en bij migranten. Vaak beginnen de psychosomatische klachten al in de adolescentie of de vroege volwassenheid.

Hoe kun je het herkennen?
Psychosomatische klachten zijn vaak ernstig, langdurig en hebben een negatieve invloed op het sociale en professionele functioneren. De meest voorkomende klachten zijn rugpijn, buikklachten en hoofdpijn. Onderzoek levert niets op, en de behandelingen helpen vaak maar tijdelijk. De klachten komen steeds terug. Dikwijls raakt men sociaal wat geïsoleerd. Werken lukt niet zo best meer, en er zijn opeenvolgende periodes van soms langdurige werkongeschiktheid.
Mensen met dergelijke klachten zijn er doorgaans van overtuigd dat er iets ernstigs aan de hand is. Ze vragen daarom voortdurend naar verder technisch onderzoek (bloedonderzoek, CT,…) en willen ernstig onderzocht worden. Hoewel de onderzoeken niets uitwijzen, aanvaarden ze zeer moeilijk dat de klachten psychologisch van aard zijn. Ze hebben dikwijls het gevoel niet ernstig genomen te worden. Vaak komen bij dieper navragen stresssituaties aan de oppervlakte, zoals problemen thuis of op het werk.

Wat kun je zelf doen?
Probeer zo objectief mogelijk over je klachten na te denken, en schrijf ze eventueel op. Praat erover met je arts, familie of vrienden. Denk na hoe en wanneer de klachten zijn begonnen. Wanneer heb je er het meeste last van? In welke situaties verbeteren of verergeren ze? Gaan ze gepaard met problemen in je persoonlijke leven of in de werksfeer? Maak een lijstje van alle onderzoeken die je al hebt ondergaan. Probeer te aanvaarden dat ze ergens moeten stoppen, en dat er misschien toch een psychologische oorzaak voor je klachten kan zijn.

Wat kan je arts doen?
Je arts zal meestal een aantal onderzoeken doen om mogelijke ziekten uit te sluiten. Als de resultaten niets opleveren, zal hij met jou een gesprek hebben. Een goede en langdurige vertrouwensrelatie tussen jou en je arts is essentieel om de psychosociale problemen achter de lichamelijke klachten te durven bespreken. Soms zijn een aantal gesprekken nodig om tot een oplossing te komen. Hierbij kan eventueel een ondersteunende medicatie worden voorgeschreven, zoals een licht slaapmiddel of een antidepressivum. Onnodige medicatie of onderzoeken worden zoveel mogelijk vermeden. Is het probleem hiermee nog niet opgelost, dan zal de arts je naar een psychiater of psycholoog verwijzen. Zij kunnen een behandeling starten die aan jouw specifieke situatie is aangepast, zoals cognitieve gedragstherapie, relatie- of gezinstherapie, groepstherapie e.d. Er zal samen met jou een opvolgplan worden opgesteld, met als doel je sterktes en vaardigheden te ondersteunen en te benadrukken.

Bronnen
www.ebmpracticenet.be
https://www.fitinjehoofd.be/veel-voorkomende-klachten/psychosomatische-klachten
http://www.cm.be/mentale-fitheid/index.jsp

verschenen op 16/03/2016