Wat is het?
Obsessief-compulsieve stoornissen (OCS) zijn stoornissen, gekenmerkt door het ongewild en steeds weer opnieuw terugkeren van dwanggedachten (obsessief), die gevolgd worden door dwanghandelingen (compulsies). Kinderen hebben vaak bepaalde leeftijdsgebonden rituelen, zoals de volgorde waarin ze hun kleren aantrekken of de manier waarop ze hun schoolgerief op de tafel schikken. Maar wanneer deze rituelen zo dwangmatig worden dat ze een belangrijke weerslag hebben op het normale dagelijkse functioneren, kan er sprake zijn van een obsessief-compulsieve stoornis (OCS). Deze stoornis valt bij kinderen het vaakst op bij het naar bed of naar school gaan, opstaan en aankleden. Oudere kinderen beseffen vaak al dat deze obsessies en compulsies onzinnig of overdreven zijn.
De oorzaak kennen we niet, maar vermoedelijk spelen verschillende factoren een rol. Er lijkt een belangrijke erfelijke factor te zijn. Kinderen met OCS hebben vaak tegelijk ook ticstoornissen (bvb. syndroom van Gilles de la Tourette). Beide aandoeningen komen meer voor bij directe familie dan in de algemene bevolking. Hetzelfde geldt voor ernstige depressie, angst- en gedragsstoornissen. Slecht functionerende hersenzones en ontregeling in de hersenen door chemische stoffen kunnen aan de basis liggen.

Hoe vaak komt het voor?
Obsessief-compulsieve stoornissen komt voor bij 0,3 tot 3% van de kinderen en adolescenten. Bij een derde tot de helft van de volwassenen met OCD traden de eerste symptomen op tijdens de kindertijd.

Hoe kun je het herkennen?
Je merkt dat je kind dwanggedachten heeft en bepaalde handelingen dwangmatig uitvoert. Dikwijls zijn ze geassocieerd met gaan slapen, opstaan, aankleden en naar school gaan. Je kind zal bijvoorbeeld telkens weer opnieuw controleren of zijn schooltaak wel af is, na elke aanraking van een nieuw voorwerp zijn handen grondig wassen, de kleren in een bepaalde volgorde aan- en uittrekken, telkens weer op dezelfde manier in en uit bed stappen, enzovoort. Dikwijls heeft je kind dan ook tics, zoals terugkerende bewegingen met ogen of mond. Maak je er opmerkingen over of probeer je de dwanghandelingen te verhinderen, dan wordt je kind kwaad. Deze handelingen kunnen onredelijk en tijdrovend worden en de dagelijkse routine ernstig verstoren. In dat geval gaat het waarschijnlijk om OCS. Fixatie op deze dwanggedachten en -handelingen kunnen bovendien een invloed hebben op het geheugen en het uitvoeren van taken.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?
Je arts zal aandachtig luisteren naar je verhaal en oordelen of de klachten kunnen passen in het beeld van een obsessief-compulsieve stoornis. Meestal wordt psychologisch advies ingewonnen. Iedereen vertoont immers wel enig ritueel gedrag; het kan dus tot de normale routine behoren. De psycholoog helpt mee vaststellen vanaf welk punt dat gedrag abnormaal is en storend wordt, en dus behandeld moet worden.

Wat kun je zelf doen?
Raadpleeg je arts wanneer je vermoedt dat je kind dwanghandelingen of -gedachten heeft. Probeer een rustige omgeving te creëren, en zorg ervoor dat het niet in stresssituaties terechtkomt. Maak afspraken. Sport is fysiek en psychisch ontspannend. Het is ook zinvol om de school in te lichten over het probleem. Dat voorkomt veel onbegrip.

Wat kan je arts doen?
Een psychiatrische evaluatie is aangewezen om de diagnose te bevestigen. Cognitieve gedragstherapie (zie richtlijn Cognitieve gedragstherapie) wordt momenteel beschouwd als de meest doeltreffende behandeling. De plaats van medicatie is niet duidelijk. Soms worden antidepressiva opgestart. Het gebruik ervan bij kinderen is omstreden, en geeft nogal wat bijwerkingen. Het is belangrijk dat men op tijd met een gepaste behandeling start omdat dit een effect kan hebben op de uitkomst op lange termijn. Vaak blijven OCS-klachten in meerdere of mindere mate in het latere leven bestaan, maar door een gepaste behandeling kan je kind er wel beter mee leren omgaan.

Bronnen
www.ebmpracticenet.be
http://www.geestelijkgezondvlaanderen.be/dwangstoornis
www.thuisarts.nl