Wat is het?
Een te hoog suikergehalte in het bloed of een te hoge bloedsuikerspiegel ontstaat doordat het lichaam de suikermoleculen in de bloedbaan niet efficiënt genoeg kan opnemen en verwerken. De oorzaak hiervan ligt bij een tekort aan goed werkende insuline. Er zijn heel wat zaken die een invloed kunnen hebben op de suikerhuishouding:
– niet (optimaal) behandelde diabetes,
– ernstige infecties (longontsteking, nierontsteking of maagdarmontsteking met braken en diarree),
– eten of drinken van te veel suiker (koolhydraten),
– minder lichaamsbeweging dan normaal,
– stress (zoals bij een examen, ongeval of operatie),
– te weinig of niet op tijd innemen van medicatie of insuline,
– gebruik van geneesmiddelen die de bloedsuikerspiegel verhogen zoals cortisone of vochtafdrijvers (diuretica).

Hoe kun je het herkennen?
Een te hoog suikergehalte in het bloed kan volgende klachten geven:
– dorst,
– veel plassen,
– misselijkheid,
– maagpijn en pijn op de borst,
– een versneld hartritme,
– gewichtsverlies,
– infectie met koorts,
– sufheid,
– moeilijk (snel en/of diep) ademen,
– acetongeur van de adem (een typische appelgeur).

Hoe stelt je arts de aandoening vast?
De bloedsuikerspiegel wordt gecontroleerd met een vingerprik. Je arts zal bij een te hoog suikergehalte in het bloed een lichamelijk onderzoek doen om infecties op te sporen, vermits dat een oorzaak kan zijn. Hij zal ook naar je longen luisteren en de huid nakijken op ontstekingen. Daarnaast gebeuren nog een aantal onderzoeken: je urine wordt onderzocht, en via een bloedname worden de zouten in het bloed en de werking van de nieren nagekeken en tekenen van infectie opgespoord.
Soms zal je arts een ECG (elektrocardiogram) afnemen om je hart te controleren, of je ook doorsturen voor een longfoto (Rx).
Bij personen met diabetes type 1 kan het bloed verzuren. Dat noemt men keto-acidose en is het gevolg van te weinig insuline. Je arts gaat dit na door ‘ketonen’ op te sporen in het bloed of de urine. Bij diabetes type 2 komt dit zelden voor.

Wat kun je zelf doen?
Je kunt een te hoog suikergehalte in het bloed voorkomen door:
– voedingsadviezen op te volgen en op regelmatige tijdstippen te eten;
– de juiste hoeveelheid geneesmiddelen te gebruiken, ze op tijd en op de juiste manier in te nemen;
– regelmatig aan lichaamsbeweging te doen;
– elke drie maanden een afspraak bij je huisarts te maken. Zo kunnen je medicijnen indien nodig tijdig worden aangepast en kan je arts je voedingspatroon met jou bespreken;
– bij ziekte of infectie vaker de bloedsuikerspiegel met een vingerprik te controleren.
In geval van tekenen van een te hoge bloedsuikerspiegel:
– controleer of laat controleren of je bloedsuikerspiegel inderdaad verhoogd is;
– blijf je geneesmiddelen innemen, ook wanneer je maar weinig eet;
– zorg dat je voldoende drinkt (anderhalve tot twee liter suikervrij vocht per dag) en je normaal eet;
– drink bij koorts, braken of diarree naast water ook bouillon;
– roep snel een arts, zeker bij beperkte voedselinname, braken, koorts of bewustzijnsveranderingen.

Wat kan je arts doen?
Blijft het suikergehalte in je bloed te hoog, dan zal je arts je diabetesmedicatie tijdelijk opdrijven of geeft hij je extra insuline. Soms is een ziekenhuisopname nodig om je bloedsuikerspiegels extra in de gaten te houden. Je krijgt dan insuline of vocht (en zouten) toegediend via een infuus.

Bronnen
www.ebmpracticenet.be
http://thuisarts.nl/diabetes-mellitus/mijn-bloedsuiker-is-te-hoog-hyperglykemie
www.domusmedica.be
http://www.uzleuven.be/diabetes/ketonen-en-ketoacidose