Wat is het?
Bij ouderen stellen zich speciale problemen met betrekking tot hun medicatie. Door hun hoge leeftijd lijden ze vaak aan verschillende aandoeningen tegelijk, waarvoor ze diverse behandelingen krijgen (polymedicatie). Elk van deze behandelingen kan op zich al aanleiding geven tot bijwerkingen. Maar ze kunnen elkaar ook beïnvloeden. Zo kunnen ze elkaar versterken maar ook afremmen, en kunnen ze nieuwe bijwerkingen veroorzaken. Door een verminderde werking van lever en nieren verloopt de afbraak van de geneesmiddelen ook trager en moet de dosis aan de leeftijd worden aangepast. Therapietrouw vormt een probleem bij verminderd geheugen of een zich instellende dementie. In dat geval zal de bejaarde zijn geneesmiddelen dikwijls niet, niet op tijd of niet in de juiste dosis innemen. Daarom is het belangrijk om duidelijke afspraken te maken tussen arts, patiënt, zijn familie en de thuisverzorgers.

Wat kun je zelf doen?
Vraag je arts om een lijst op te stellen van de benodigde medicatie. Hernieuw de lijst telkens er een nieuw middel bijkomt of er een wegvalt. Koop een medicatiedoos bij de apotheker, en verdeel de medicatie voor de hele week. Als je dat moeilijk vindt, vraag dan aan de thuisverpleging om het in je plaats te doen.

Bij dementerende ouderen is het beter wanneer een naaste of de thuisverpleging de geneesmiddelen bijhoudt, en de medicatie persoonlijk toedient.
Vraag je arts altijd waarvoor de pilletjes dienen. Dat bevordert de bereidheid om ze goed in te nemen. Stop nooit medicatie op eigen houtje.
Houd een schriftje bij waarin je veranderingen noteert. Op die manier kunnen bijwerkingen al van bij de start van de medicatie worden opgemerkt. Het is immers niet altijd makkelijk om te weten of het om een bijwerking gaat of een nieuwe ziekte. Aarzel niet om bij twijfel even je arts te bellen en te overleggen. Soms is het probleem opgelost met een aanpassing van de dosis of door de inname te verplaatsen naar een ander tijdstip.
Tegenwoordig zijn er, naast de oorspronkelijke merkproducten, heel wat generische geneesmiddelen op de markt. Vraag de arts en de apotheker om steeds hetzelfde merk te geven, zodat de vorm en de kleur van de pilletjes niet veranderen, want dat kan zeer verwarrend zijn.
Preventie speelt een grote rol. Naast een gezonde voeding is fysieke activiteit belangrijk, zo nodig onder begeleiding van een kinesitherapeut.

Wat kan je arts doen?
De arts zal in de eerste plaats je gezondheidstoestand evalueren. Daarna zal hij voor iedere ziekte een behandelingsplan opstellen. Hij oordeelt dan of de behandeling genezend is of enkel de klachten vermindert. In het laatste geval oordeelt hij of de voordelen van de behandeling voor de levenskwaliteit opwegen tegen de mogelijke bijwerkingen. Zo kan een slaapmiddel er wel voor zorgen dat je beter slaapt, maar tegelijk ook de oorzaak zijn van verwardheid, vallen of frequent opstaan om te plassen.

De arts moet altijd proberen om de medicatie te beperken, en om de dosis en het aantal toedieningen per dag zo laag mogelijk te houden.
Je arts beschikt over lijsten van geneesmiddelen die ouderen beter niet krijgen. Hij zal nagaan of je in staat bent om de behandelingen te beheren. Indien nodig schakelt hij hulp in. Op regelmatige tijdstippen controleert hij of de medicatielijst nog correct is, zeker na een ziekenhuisopname of bij opstart van nieuwe medicatie.
Je arts zal ook aandacht hebben voor preventie. Naast voeding en beweging denken we hier vooral aan de toediening van vitamine D om breuken te voorkomen, aan de nodige vaccinaties zoals tegen griep en longontsteking, en aan een geschikte behandeling van hoge bloeddruk.

Bronnen
www.ebmpracticenet.be