Wat is het?
Dyslipidemie is een afwijking in de concentratie van bloedvetten. De belangrijkste bloedvetten zijn cholesterol en triglyceriden. Het zijn voedingsstoffen die een rol spelen in de aanmaak en het herstel van de weefsels, en in het leveren van energie.

Dyslipidemie kan erfelijk zijn of te wijten zijn aan een aandoening. Bloedvetten nemen ook toe met de leeftijd. Dat komt waarschijnlijk door onze voedingsgewoonten.
Verhoging van deze bloedvetten gedurende lange tijd doet de bloedvaten langzaam dichtslibben (of ‘verkalken’ zoals dit wel eens wordt genoemd). Dit kan op termijn leiden tot een hersen- of hartinfarct, maar ook tot klachten zoals pijnlijke kuiten na een lange wandeling.
Het kan jaren duren voor er klachten zijn. Mensen hebben er vaak ook geen tot zich plots een ernstige aandoening ontwikkelt. Daarom is het belangrijk om preventief te werken, en vaatwandverkalking te voorkomen (primaire preventie) of voortschrijding van al bestaande aantasting tegen te gaan (secundaire preventie).
Eerst moeten we weten wie een risico loopt op het ontwikkelen van vaatwandverkalking. Daarom gebeurt een preventief onderzoek bij mensen met een verhoogd risico, om zo de vetten in het bloed op te sporen. Risicofactoren zijn leeftijd boven de 50 jaar, persoonlijke of familiale voorgeschiedenis van hartinfarct of herseninfarct, diabetes, hoge bloeddruk en roken. De beoordeling gebeurt door middel van een risicotabel. Bij een matig of hoog risico zal een bloedonderzoek gebeuren om (onder andere) vetconcentraties op te sporen.

Hoe vaak komt het voor?
In de leeftijdsgroep van 45 tot 65 jaar heeft 86,7 % van de mannen en 85,9 % van de vrouwen te veel cholesterol. Erfelijk verhoogde cholesterol komt voor bij 1 op 500 mensen. In 2004 waren er in België 20 391 sterfgevallen te wijten aan hart- en vaatziekten, hetzij 1 op 3.

Wat kun je zelf doen?
Een gezonde levensstijl is het allerbelangrijkste. Dit houdt in: gezond eten, niet roken en voldoende bewegen.

Ons lichaam maakt de meeste vetten zelf aan; één derde halen we uit voeding. We moeten niet alleen minder vetten eten, even belangrijk is het vervangen van verzadigde door (meervoudig) onverzadigde vetten. Verzadigde vetten zitten vooral in dierlijke voedingsmiddelen (vet vlees, volle zuivelproducten zoals room, boter, gebak en chocolade). Ze doen de slechte cholesterol (LDL-cholesterol) in het bloed stijgen en de goede (HDL-cholesterol) dalen. De vetten uit bepaalde vissoorten (vette vis zoals zalm, makreel, haring en paling) zijn onverzadigd, en dus beter. Eet daarom minstens tweemaal per week (vette) vis in plaats van vlees, en gebruik liever magere of halfvolle zuivelproducten. Plantaardige vetten zijn onverzadigd. Gebruik dus vooral plantaardige vetten, zoals margarines en oliën. Dagelijks gebruik van plantensterolenmargarine doet het cholesterolgehalte met 10% en de LDL-cholesterol met 15% meer verlagen dan gewone margarine. De concentraties van HDL-cholesterol en triglyceriden blijven ongewijzigd.
Transvetten zijn ongezond (gestolde vetten). Het zijn onverzadigde vetten, maar met een afwijkende scheikundige structuur. Ze worden meestal kunstmatig bereid en vaak gebruikt in kant-en-klaar maaltijden, waardoor men die langer kan bewaren.
Ons advies: eet bij voorkeur vers, eet minder vlees en volle melkproducten, maar meer vette vis en groenten en fruit. Wil je toch vlees, neem dan liefst magere vleessoorten en gevogelte zonder vel. Als tussendoortje kies je best een stuk fruit. Beperk ook de hoeveelheid suiker. Drink minder frisdrank en meer gewoon water. Heb je een hoge bloeddruk, beperk dan je zoutinname. Verminder zo nodig je alcoholgebruik en stop met roken. Als je het moeilijk vindt om dit vol te houden, laat je dan begeleiden door een diëtist(e). Ten slotte verhoog je door meer te bewegen je calorieverbruik en kun je wat gewicht verliezen. Probeer dus dagelijks minstens 20 minuten te wandelen.

Wat kan je arts doen?
Bij een matig tot ernstig risico op hart- en bloedvatproblemen en onvoldoende daling van de bloedvetten na dieetaanpassingen, zal de arts een vetverlagend geneesmiddel voorschrijven. Men noemt ze vaak ‘cholesterolverlagers’, maar ze verminderen ook de triglyceriden in het bloed. Gezonde mensen die niet erfelijk belast zijn en geen andere risicofactoren hebben, hoeven bij een lichte verhoging van de bloedvetten niet meteen medicatie te nemen. Boven de leeftijd van 70 jaar worden geen cholesterolverlagers opgestart, behalve bij gekende hart- of vaatziekte.

Er bestaan verschillende groepen vetverlagende geneesmiddelen. De statines zijn de belangrijkste, en in de regel de eerste keuze. Ze remmen de cholesterolaanmaak in de lever en verminderen het triglyceridengehalte in het bloed. Wanneer de bloedvetten met statines alleen onvoldoende dalen, wordt ezitimide toegevoegd. Wanneer vooral de triglyceriden gestegen zijn, geeft men soms fibraten, vaak ook in combinatie met statines. Bij mensen met een gestoorde leverfunctie of spierpijn wordt de statinedosis verlaagd, of de statine zelfs stopgezet.
Harsen worden alleen gebruikt bij mensen die geen statines verdragen. Ze geven vaker maag-darmproblemen, en verstoren de opname van vetoplosbare vitaminen. Wanneer er een hoog risico is op schade aan de bloedvaten wordt meestal ook aspirine in een lage dosis voorgeschreven, dat klontervorming kan voorkomen.

Meer weten?
www.gezondheidsnet.nl
www.voedingscentrum.nl

Bronnen
www.ebmpracticenet.be
www.domusmedica.be (richtlijn Globaal cardiovasculair risicobeheer)

www.bcfi.be