Wat is het?
Depressieve gevoelens bij adolescenten komen vaak voor. Doorgaans hoeft men zich daar geen zorgen over te maken. Maar soms evolueren deze depressieve gevoelens naar een echte depressie. Deze kan op verschillende manieren tot uiting komen. Soms merkt men niet meteen aan de jongere dat hij een depressie heeft. Hij gaat fanatiek hobby’s uitvoeren of vertoont gedragsstoornissen (discussiëren, stelen, alcohol- en drugmisbruik). Adolescenten met een depressie roken vaker en gebruiken vaker illegale drugs en alcohol dan andere jongeren. Neem dit ernstig. Dit vraagt een adequate behandeling.

De factoren die een depressie in de hand werken zijn nog niet goed gekend. We weten wel dat er een verband is tussen depressie en sociodemografische factoren en negatieve levensgebeurtenissen. Depressieve adolescenten hebben vaak minder goede sociale vaardigheden dan andere jongeren, en doorgaans ook een negatiever zelfbeeld vergeleken met hun leeftijdsgenoten. Het risico op depressie is groter in families waar ernstige depressie of een bipolaire affectieve stoornis voorkomt.

Hoe vaak komt het voor?
Ernstige depressie komt voor bij 3,4% van de jongeren en een milde langdurige depressie bij 3,2%. Meisjes hebben er meer last van dan jongens. Ongeveer 40% van de jongeren met een depressie ontwikkelt ook een andere psychiatrische aandoening.
Ernstige depressie bij een adolescent wordt geassocieerd met een verhoogd risico op suïcide. Van de jongeren die suïcide plegen, lijdt 51 à 80% aan een ernstige depressie.

Hoe kun je het herkennen?
Sombere buien horen bij een normale ontwikkeling en zijn van voorbijgaande aard. Het functioneren is daarbij niet aangetast. Het is echter van belang om een normale depressiviteit te onderscheiden van een echte depressie.

Normale verschijnselen in de adolescentie
– Gevoel van verdriet en verlies, huilen,
– Stemmingswisselingen: verdriet, haat, vreugde,
– Plotselinge veranderingen in het gevoel van eigenwaarde,
– Soms piekeren over het uiterlijk,
– Lichte lichamelijke klachten,
– Soms slaapstoornissen,
– Primitieve (bv. ontkenning, anderen de schuld geven, afzonderen) of volwassen (bv. rationaliseren, afwijzen) afweermechanismen,
– De sociale relaties zijn intact, men kan verliefd worden, en kan genieten van eten en hobby’s.

Echte depressie
– Terneergeslagen, verveling, gevoel van leegte of constante irritatie,
– Oncontroleerbare emotionele uitbarstingen,
– Concentratiemoeilijkheden,
– Gevoel van waardeloosheid en schaamte, soms onrealistische schuldgevoelens,
– Gedachten aan de dood, suïcidegedachten, suïcideplannen,
– Zelfdestructief gedrag (bv. snijden, nemen van risico’s),
– Slaapstoornissen (moeilijk in slaap geraken, opwinding, slapeloosheid in de vroege ochtend, nachtmerries),
– Gewichtschommelingen,
– Bekommernis om het eigen lichaam, hypochondrie (overmatige ziektevrees),
– Pijn en diverse lichamelijke klachten,
– Niet in staat om van iets te kunnen genieten,
– Minder (goede) relaties met anderen,
– Voornamelijk primitieve afweermechanismen.

Hoe stelt je arts de diagnose?
De arts zal met de jongere praten en hem vragen stellen over zijn hobby’s, vrienden, school en de impact van zijn klachten op het dagelijks leven. Daarnaast zal hij een inschatting maken van het suïciderisico. Om de ernst ervan beter te kunnen inschattten, zal hij misschien gebruikmaken van een vragenlijst. Om lichamelijke oorzaken van de depressiviteit op te sporen, doet de arts een lichamelijk onderzoek en dikwijls ook een bloedafname.

Wat kan je arts doen?
Het is belangrijk dat de jongere met een depressie goed wordt opgevolgd en regelmatig op raadpleging komt. Zowel cognitieve gedragstherapie als interpersoonlijke psychotherapie door een psycholoog of psychiater zijn doeltreffend. Indien nodig kan tijdelijk medicatie helpen om de symptomen te verlichten. Meestal zijn dat antidepressiva (selectieve serotonineheropnameremmers of SSRI’s). Verminderen de symptomen niet of neemt het functioneren van de jongere verder af, dan kan een evaluatie door een specialist nodig zijn. Bij suïciderisico zal de arts onmiddellijk doorverwijzen.

Gaat de depressie gepaard met manische of hypomane fasen, of komt een bipolaire affectieve stoornis in de familie voor, dan wordt een SSRI onder zeer streng toezicht gestart. Indien nodig wordt gelijktijdig antipsychotische medicatie gebruikt.
Medicatie wordt gedurende ten minste 4 à 6 maanden genomen. Opstart en opvolging ervan gebeurt planmatig omdat zelfdestructieve impulsen in de beginfase van de behandeling kunnen toenemen.

Bronnen
www.ebmpracticenet.be