Wat is het?
Reumatoïde artritis is een vorm van reuma die vooral de handen en voeten aantast. Artritis betekent dat er een ontstekingsreactie optreedt. In het geval van reumatoïde artritis wil dit zeggen dat de gewrichten in de handen en voeten pijnlijk ontstoken zijn. Dit gaat gepaard met zwellingen en roodheid. De ontsteking zorgt ervoor dat je minder kracht en bewegingsmogelijkheden hebt in de aangetaste gewrichten.

Men begrijpt nog niet waarom het lichaam deze ontstekingsreactie vertoont. Het lijkt erop dat (om nog onbekende reden) het afweersysteem (het immuunsysteem) de eigen lichaamscellen gaat aanvallen. De ontstekingscellen van het immuunsysteem nestelen zich in of rond de gewrichten en zorgen zo voor een ontsteking van de gewrichten.
Helaas kan men nog niet genezen van reumatoïde artritis. Men kan wel proberen het aantal opstoten van onsteking en de ernst ervan te beperken, en dus ook de gewrichtsaantasting door artritis te voorkomen of te verminderen. Om het verloop van de reumatoïde artritis te voorspellen en in te schatten wanneer een behandeling moet worden opgestart of bijgesteld, bepaalt men een aantal bloedfactoren en maakt men radiologische foto’s van de aangetaste structuren (meestal handen en voeten).

Hoe vaak komt het voor?
Vrouwen krijgen vaker te maken met reumatoïde artritis dan mannen. Men schat dat 0,7 op 100 mensen reumatoïde artritis hebben. Het komt het vaakst voor in de leeftijdscategorie van 30 tot 55 jaar.

Hoe kun je het herkennen?
Heb je pijn in de gewrichten, pijn bij het bewegen van je nek, lage achterhoofdspijn of last van elektrische, prikkende sensaties bij het vooroverbuigen van de nek, dan moet je dringend je arts raadplegen. Een snelle diagnose is belangrijk.

Hoe volgt je arts reumatoïde artritis op?
Minstens jaarlijks gebeurt er een systematisch onderzoek van de gewrichten. In geval van medicatieaanpassing zal dit vaker nodig zijn.

Naast het grondig nakijken van de gewrichten (op tekenen van ontsteking zoals zwelling, pijn, roodheid,…) en ze testen op beweeglijkheid, zal je arts ook in je bloed controleren of er een toename is van de ontstekingsparameters (sedimentatie en CRP). Deze bloedtests gebeuren minstens om de 3 maanden bij mensen die antireumatische middelen (zoals goud, sulfasalazine, methotrexaat, azathioprine, …) nemen. Reumafactor (RF) is geen goede parameter om de ziekteactiviteit op te volgen, en zal de arts niet helpen om te beslissen of de medicatie moet gewijzigd of opgedreven worden. De arts kan in het bloed zien of de ziekte actief is.
Reumatoïde artritis heeft ook een invloed op de huishouding van vetten in het lichaam. De aandoening is dus een risicofactor voor hart- en vaatziekten. Je arts zal daarom te hoge waarden van LDL en/of cholesterol sneller behandelen (bijvoorbeeld met cholesterolverlagers).
In geval van artritisklachten in vingers, polsen of tenen, maakt men om de 2 tot 3 jaar een röntgenfoto van handen en voeten om de aantasting van de gewrichten op te volgen. Bij langdurig actieve ziekte treden er ‘erosies’ op in het bot.
Bij vermoeden van een probleem ter hoogte van de nek (wanneer je pijn hebt bij het bewegen van je nek, lage achterhoofdspijn of elektrische, prikkende sensaties bij het vooroverbuigen van de nek), zal je arts een röntgenfoto van de (hoge) nekwervels laten maken.
Een foto van de longen wordt genomen alvorens een behandeling te starten.
Een echografie kan nuttig zijn om ontsteking van slijmbeurzen, pezen in (de buurt van) de aangetaste gewrichten op te sporen.
Het is ten slotte belangrijk om met je arts te bespreken welke weerslag de reumatoïde artritis heeft op je sociale leven, of je last hebt van bijwerkingen van geneesmiddelen, of en hoe vaak je pijnbestrijding nodig hebt,…

Wat kun je zelf doen?
Bij reumatoïde artritis is het belangrijk dat je elke verandering die van belang is voor de opvolging en het verdere verloop van je behandeling, meldt aan je arts. Dat is bijvoorbeeld het geval bij toename van het aantal ontstoken gewrichten, van de duur van de ochtendstijfheid, van de last bij bewegingen (verminderd functioneren) of van de ervaren handicap (bijvoorbeeld effect op het sociale leven, neerslachtige gevoelens,…).

Je kinesitherapeut kan je oefeningen aanleren. Dynamische spieroefeningen verhogen op lange termijn het uithoudingsvermogen, de spierkracht en beweeglijkheid van de gewrichten. Op de functionele mogelijkheden is het langetermijneffect ervan tot nu toe niet duidelijk. De dynamische oefeningen zijn zonder gevaar. Ze activeren de ziekte niet. Zorg ervoor dat je de aangeleerde oefeningen dagelijks doet. Dat is belangrijk.

Wat kan je arts doen?
Je arts kan beslissen om de behandeling op te drijven wanneer hij vermoedt dat de ziekte actiever wordt. De behandeling van reumatoïde artritis wordt op punt gesteld door een reumatoloog. Ook bij een opstoot is het advies van een specialist nodig. Heel wat opvolgingsonderzoeken kunnen daarentegen door de huisarts gebeuren.

Je arts zal je ook adviseren om een kinesitherapeut of ergotherapeut in te schakelen wanneer je moeite krijgt om je activiteiten uit te voeren omwille van de ziekte. Zij kunnen mee beoordelen of je nood hebt aan hulpmiddelen zoals ortheses: polsspalken, halskraag (voor autoreizen in geval van nekklachten), aangepast schoeisel,…

Bronnen
www.ebmpracticenet.be
www.uzleuven.be/patiëntenfolder
http://www.raliga.be/
www.reumaliga.be
verschenen op 14/11/2014