Wat is het?
Een beroerte is een verzamelnaam voor aandoeningen die de bloedvoorziening van een deel van de hersenen treffen. Een andere naam is een cerebrovasculair accident of CVA. Deze term verwijst naar een plotse gebeurtenis in een bloedvat van de hersenen. De oorzaak is meestal het afsluiten van een slagader in het hoofd of de hals door een bloedklonter (een trombose). Het hersenweefsel dat daardoor geen bloedtoevoer meer krijgt, sterft af. In dat geval spreken we van een herseninfarct. De klonter kan zich ter plekke in de slagader vormen, meestal wanneer die aangetast is door aderverkalking. Hij kan ook elders ontstaan, bijvoorbeeld in het hart, met de bloedstroom meedrijven en vast komen te zitten in een slagader van de hals of de hersenen (een embolie). Ook aangeboren stollingsstoornissen kunnen aan de basis liggen van klontervorming.

Hoe vaak komt het voor?
Een beroerte komt voor bij gemiddeld 2 tot 4 per 1000 mensen per jaar. Herseninfarct is de oorzaak van ongeveer 75% van alle beroertes; 1 op 3 zijn volwassenen jonger dan 65 jaar.

Hoe kun je het herkennen?
Typisch voor een herseninfarct zijn de plots optredende uitvalsverschijnselen: sommige functies werken niet meer. Het kan gaan om motorische functies en/of om sensibele functies. Bij uitval van motorische functies is er sprake van spierverlamming. Bij uitval van sensibele functies staat verlies van gevoel op de voorgrond.

Bij een herseninfarct ontstaat er meestal een halfzijdige verlamming (hemiplegie). Er treedt dan een slappe verlamming op van één helft van het lichaam: een arm, een been en de helft van het gelaat. Je mond gaat dan scheef staan, je kunt moeilijk praten en je hebt stoornissen van het zicht. Dit gaat gepaard met gevoelsveranderingen (zwaartegevoel, doofheid, tintelingen tot volledige gevoelloosheid). Deze uitvalsverschijnselen kunnen samengaan met emotionele problemen. Het kan ook zijn dat je een bepaalde kant niet meer voelt of zelfs vergeet. Ook braken en duizeligheid komen voor. Later kan de slappe verlamming evolueren naar spasticiteit. Door verkorting van spieren en pezen verkrampen de gewrichten in een onnatuurlijke stand.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?
Aan de hand van de klachten en een lichamelijk neurologisch onderzoek kan je arts vaststellen of je kans hebt om een herseninfarct te krijgen. Hierbij test hij de kracht in je armen en benen, gevoel, zintuigen, evenwicht, gangpatroon, reflexen, geheugen en redeneringsvermogen. Hij beoordeelt ook je emotionele toestand.

In geval van een herseninfarct zal je altijd dringend verwezen worden naar het ziekenhuis voor verder neurologisch en cardiologisch onderzoek. Daar voert men een echografie van de halsvaten, een CT-scan en een MRI-scan van de hersenen uit, alsook een hartfilm (ECG) en een echografie van het hart. Er zal ook worden nagegaan of je onderliggende ziekten of risicofactoren hebt zoals hoge bloeddruk, diabetes, verhoogde cholesterol…

Wat kun je zelf doen?
Een herseninfarct is levensbedreigend en moet je zo snel mogelijk laten behandelen. Elke minuut telt! Let op de alarmsignalen: plots krachtverlies of gevoelsstoornissen in gelaat, arm of been, gangmoeilijkheden, duizeligheid en evenwichtsstoornissen, last om te praten of om mensen te begrijpen, blindheid of wazig zicht aan een of beide ogen, en zeer hevige hoofdpijn. Als je die klachten krijgt, bel dan onmiddellijk 112 of ga naar een spoedgevallendienst.

Preventief kun je zoveel mogelijk risicofactoren beperken. Aan leeftijd, geslacht en erfelijke belasting kun je echter weinig doen. Maar er zijn veel risicofactoren die je wel kunt beïnvloeden zoals roken, druggebruik, overdreven alcoholgebruik, overgewicht, ongezonde voeding en onvoldoende lichaamsbeweging. Ook een goede opvolging van de behandeling van reeds bestaande ziekten of risicofactoren zoals hoge bloeddruk, te hoge cholesterol, diabetes en hartritmestoornissen is belangrijk.

Wat kan je arts doen?
De eerste zorgen gebeuren het best in een ziekenhuis met een speciale afdeling voor het behandelen van beroertes (een stroke-unit). In de acute fase richt de behandeling zich voornamelijk op 2 doelen:

- het eerste doel is de toestand stabiliseren, zo nodig met ondersteuning van de hartfunctie en de ademhaling.
– het tweede doel is het beperken van schade. Zo mogelijk wordt de klonter die het bloedvat verstopt, verwijderd. Dit kan op twee manieren: door trombolyse (oplossen van de klonter door medicatie) of door trombectomie (chirurgisch verwijderen van de klonter). Daarna krijg je een onderhoudsbehandeling met bloedverdunners, meestal acetylsalicylzuur (aspirine) in lage dosis, en cholesterolverlagende medicatie. Uiteraard worden ook de onderliggende aandoeningen en/of risicofactoren zoals hoge bloeddruk, hartritmestoornissen en diabetes aangepakt.
Daarnaast start men zo snel mogelijk met revalidatie. Dit gebeurt door een multidisciplinair team met een kinesitherapeut, een ergotherapeut en zo nodig een logopedist. Dit wordt nadien thuis verdergezet. De kinesitherapeut probeert door oefeningen de verloren functies te herstellen. De ergotherapeut leert je vooral om te gaan met de beperkingen, zodat je zo zelfstandig mogelijk thuis kunt blijven functioneren. De logopedist ten slotte verbetert de gestoorde spraak. De meeste vooruitgang wordt geboekt in de eerste 6 maanden, daarna is er meestal nog weinig verbetering.
Ook je rijgeschiktheid moet beoordeeld worden. Dit gebeurt door je arts in samenwerking met het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid (BIVV) en het Centrum voor rijgeschiktheid en voertuigaanpassingen (CARA). Je bent rijongeschikt tot de ziekte volledig gestabiliseerd is. De specialist kan je daarna opnieuw rijgeschikt verklaren. Hij kan daarbij bepaalde beperkingen opleggen, zoals bijvoorbeeld een verbod om ‘s nachts te rijden. Ook kan hij je verplichten om de auto te laten aanpassen aan je mogelijkheden.

Bronnen
www.ebmpracticenet.be
www.herkeneenberoerte.be
www.thuisarts.nl
www.wegcode.be
CARA BIVV: http://bivv.be/nl/particulieren/cara
verschenen op 14/11/2014