Wat is het?
Traumatische gebeurtenissen kunnen psychologische reacties veroorzaken. Deze worden ingedeeld in twee categorieën: stressreacties en stressstoornissen. Een stressreactie is in de regel een normale reactie op een erg traumatiserend gebeuren en vereist meestal geen medische opvolging. Iemand die lijdt aan een stressstoornis heeft in principe wel medische zorgen nodig.
Angst is een normale reactie wanneer reëel gevaar dreigt, en gaat gepaard met lichamelijke verschijnselen. Dit komt door activatie van het autonome zenuwstelsel, omdat het lichaam zich voorbereidt om te vechten of te vluchten (‘fight or flight’-reactie). Je hebt dan een versnelde hartslag en ademhaling, verhoogde spierspanning, specifieke gedachten zoals ‘ik ga dood’ of ‘er overkomt me iets vreselijks’ en bepaalde gedragingen, zoals verstijven (‘freeze’) of wegvluchten.
Het ervaren van angst bij (de gedachte aan) een dreiging kan klachten geven op vlak van gezondheid, gezin, relatie, werk,…. Deze klachten zijn nog geen angststoornissen. Lijd je aan een angststoornis, dan word je belemmerd in je sociale functioneren. Abnormale angst komt vaak voor bij psychische aandoeningen (depressie, delier, psychose). Wanneer angst het belangrijkste symptoom is, spreekt men van een angststoornis.
Een posttraumatische stressstoornis (PTSS) kenmerkt zich door het herbeleven van een traumatische gebeurtenis. Mensen met PTSS hebben bijvoorbeeld steeds terugkerende nachtmerries of herinneringen aan het trauma. Vaak gaan ze situaties, gedachten, mensen die een verband hebben met het trauma vermijden. Bij PTSS kunnen symptomen als verhoogde prikkelbaarheid, woede-uitbarstingen, overdreven schrikreacties en verminderde concentratie optreden.

Hoe vaak komt het voor?
Stressstoornissen komen voor bij mensen van alle leeftijden. Enkele typische oorzaken van een stressstoornis zijn bijvoorbeeld zware ongevallen, oorlogshandelingen of getuige zijn of ervaren van geweld of verkrachting. Geschat wordt dat na een grote ramp zo’n 50 à 90% van alle betrokkenen een acute stressreactie doormaakt. Een tot 11% van alle mensen zou in zijn leven ooit een posttraumatische stressstoornis doormaken.

Hoe kun je het herkennen?
Wanneer je een stressvolle ervaring meemaakt, kun je zowel op fysiek als op emotioneel vlak symptomen vertonen van een ‘veralgemeende angststoornis’ zoals prikkelbaarheid, snel en hevig schrikken (overdreven schrikreacties), verminderde concentratie, snel in woede uitbarsten. Bij een ‘normale’ stressreactie nemen deze symptomen in principe af binnen de 8 uur na blootstelling en zijn ze meestal helemaal verdwenen na 3 dagen.
Mensen met PTSS hebben, naar aanleiding van een traumatiserende gebeurtenis die minder dan 6 maanden geleden plaatsvond, blijvende last van deze angstklachten (minstens 4 weken). Ook nare herinneringen aan het trauma komen heel opdringerig terug in gedachten en dromen. De traumatische gebeurtenis wordt steeds opnieuw herbeleefd (via nachtmerries, flashbacks,…). Zelfs wanneer bepaalde prikkels nog maar lijken op een aspect van het trauma, kunnen er lichamelijk en emotioneel zeer intense angstreacties volgen. Personen met een PTSS gaan zeer vaak prikkels die doen denken aan het trauma vermijden en zich soms zelfs ‘afsluiten’ van de wereld rondom hen.

Hoe stelt je arts de diagnose?
De diagnose wordt vaak pas na verschillende consultaties gesteld. Vele mensen met angstklachten zullen immers niet spontaan over hun angsten vertellen. Dikwijls melden ze zich eerst aan met lichamelijke problemen (die al dan niet samenhangen met psychische problemen).

De arts zal denken aan onderliggende angstklachten bij:
– aanhoudende vage problemen, zoals gespannenheid, prikkelbaarheid, labiliteit, concentratieproblemen, lusteloosheid of slaapproblemen;
– bij lichamelijke klachten zonder duidelijke lichamelijke oorzaak;
– bij alcohol- of drugsproblemen;
– bij vraag naar slaap- of kalmeermiddelen;
– bij depressieve klachten;
– wanneer je in het verleden al te maken had met een angststoornis of als dit in je familie voorkomt.
Ook het feit dat je een traumatiserende gebeurtenis in het verleden hebt doorgemaakt, kan de arts op het spoor zetten van (aanhoudende) angstklachten te wijten aan PTSS. 

Wat kun je zelf doen?
Deel je angsten met iemand die je vertrouwt. Het is belangrijk om steun te vinden in je omgeving. Je kunt ook een dagboek bijhouden waarin je gedachten en feiten die te maken hebben met je angst noteert:

- Heb je een traumatische gebeurtenis ervaren?
– Beschrijf je angsten en nachtmerries.
– Welke gedachten komen bij je op wanneer je je angstig voelt? Wat voel je dan, waar ben je bang voor en hoe reageer je daarop?
– Plan hoe je bij een volgend angstig moment kunt reageren; schrijf dit ook op: bvb naar iemand bellen, gaan wandelen, rustig ademen,… 

Wat kan je arts doen?
De eerste opvang na een traumatiserende gebeurtenis wordt best gedaan door gespecialiseerde en getrainde professionelen. In principe is het de psychiater en/of psycholoog die personen met PTSS behandelt met psychotherapie, vaak onder de vorm van cognitieve gedragstherapie (CGT).

Soms kan het zinvol zijn om daarnaast antidepressiva te nemen (zoals citalopram, sertraline, paroxetine,…). Houd er wel rekening mee dat deze geneesmiddelen pas goed beginnen te werken na een zestal weken. Ze kunnen in de opstartfase bijwerkingen geven zoals droge mond, maagdarmklachten, slaperigheid of juist slapeloosheid, verminderde zin in vrijen (libidodaling). Het komt ook voor dat de angstklachten in het begin van de behandeling zelfs even toenemen.
Bij hevige angstklachten, slaapproblemen of opvliegendheid kunnen kalmeermiddelen (benzodiazepines zoals diazepam,…) helpen. Deze middelen zijn echter verslavend en werken versuffend. Daarom mag je ze maar maximum gedurende 2 weken gebruiken. 

Bronnen
www.ebmpracticenet.be 
www.nhg.org/standaarden/standaard-angst
www.adfstichting.nl/Angst/Angststoornissen/Posttraumatischestressstoornis
www.thuisarts.nl/posttraumatische-stress-stoornis
Verschenen op 11/08/2014