Wat is het?
Hallux is de Latijnse benaming voor ‘dikke of grote teen’. Bij hallux valgus heeft de grote teen een afwijkende stand: het middenvoetsbeentje vóór de grote teen staat naar binnen, maar de teen zelf wijst naar buiten (= valgusstand). Hierdoor ontstaat een knobbel aan de zijkant van de voet bij het begin van de grote teen. Deze knobbel wordt ‘bunion’ genoemd. Deze bestaat uit uitstekend bot en geïrriteerde weke weefsels rond de knobbel.
Hallux valgus wordt veroorzaakt door anatomische en mechanische afwijkingen van de dikke teen. Erfelijke factoren kunnen meespelen, maar ook het dragen van fout schoeisel (slecht passend, hoge hak en in een punt eindigend schoeisel). De aandoening komt relatief vaker voor bij ziekten die gepaard gaan met gewrichtsontstekingen, zoals reumatoïde artritis.
Over het spontane verloop van hallux valgus is weinig bekend. Het ontstaat meestal aan één kant, maar kan later aan beide kanten voorkomen. De evolutie van de vergroeiing en de symptomen gaat bij sommigen snel, bij anderen blijft de aandoening zonder klachten. 

Hoe vaak komt het voor?
Hallux valgus is een vaakvoorkomende aandoening, en treft 1 op 50 kinderen, en op latere leeftijd ongeveer 30% van de bevolking. Het voorkomen neemt toe met de leeftijd. Het komt 7 keer meer voor bij vrouwen dan bij mannen. In 80% van de gevallen is pijn de voornaamste klacht.

Hoe kun je het herkennen?
Hallux valgus gaat gepaard met pijn en ontsteking in het gewricht van de dikke teen. Het geeft klachten zoals eeltvorming, blaren en wonden op de knobbel of bunion. De voet, enkel of het been kunnen bij beweging pijnlijk zijn. Er kunnen ook afwijkingen van de kleine tenen (hamertenen) ontstaan. Dit ziet er niet zo esthetisch uit.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?
De diagnose van hallux valgus is eenvoudig te stellen via een lichamelijk onderzoek. Je arts zal vragen naar de ervaren hinder, zoals moeilijkheden bij het stappen, pijn en moeilijkheden om passende schoenen te vinden. Tijdens het onderzoek let hij vooral op de vorm en stand van de voeten.
Je arts kan een Rx-foto aanvragen om de ernst van de hallux valgus te beoordelen (graad van scheefstand). Zo kan hij ook eventueel op het spoor komen van een onderliggende aandoening (bvb. artrose).

Wat kun je zelf doen?
Koop passende en ruime schoenen die voldoende steun bieden en een goede hiel hebben. De voorkeur gaat naar schoenen die je met een gesp of veters kunt toesnoeren. De hak mag niet hoger zijn dan 3 cm. In geval de knobbel of bunion ontstoken is, kun je er ijs op leggen om de pijn en zwelling te verminderen.

Wat kan je arts doen?
Vaak kiest je arts eerst voor een gewone behandeling. Die bestaat uit adviezen in verband met schoeisel (wijde schoenen, lage hakken) en oefeningen om de beweeglijkheid van het voetgewricht te behouden en eventueel steunzolen om de valgusstand tegen te gaan.
Een ingreep is niet nodig bij personen met hallux valgus zonder klachten. Maar wanneer de hallux valgus ernstig is, veel pijn geeft ter hoogte van de bunion en de klassieke maatregelen geen verbetering geven, zal je arts je doorsturen naar een orthopedist voor een chirurgische ingreep (operatie).

Er zijn verschillende operatietechnieken mogelijk:
– osteotomie, waarbij het middenvoetsbeentje vóór de grote teen wordt doorgezaagd, en opnieuw rechtgezet en vastgezet wordt met een schroef.
– arthrodese, waarbij men het gewricht tussen de voorvoet en de dikke teen vastzet zodat de grote teen en het middenvoetsbeentje in een gecorrigeerde positie aan elkaar vastgroeien.

Welke techniek voor jou de beste is, hangt af van de ernst, van de eventuele onderliggende afwijkingen (bvb. artrose), je leeftijd en je activiteitsniveau. De orthopedist zal samen met jou beslissen welke techniek zal worden toegepast.
De resultaten van de ingreep zijn goed tot uitstekend in 80 à 90% van de gevallen. Na de ingreep is men meestal 3 tot 6 weken arbeidsongeschikt. Verdere behandeling hangt af van de uitgevoerde ingreep. Van zodra de hechtingen verwijderd zijn, kan men starten met oefeningen voor de grote teen. De eerste weken na de ingreep steun je best op de buitenkant van de voet om je grote teen en voorvoet niet te veel te belasten.

Bronnen
www.ebmpracticenet.be
www.minerva-ebm.be
http://www.henw.org/

verschenen op 07/03/2014