Wat is het?
Een whiplashletsel of overstrekking-overbuigingsletsel (hyperextensie-hyperflexieletsel) ter hoogte van de nek wordt veroorzaakt door plotseling en ongecontroleerd achterwaarts schokken van het hoofd, gevolgd door een krachtige voorwaartse buiging. De blessure treedt meestal op bij een kop-staartaanrijding, maar kan ook voorkomen bij een zijdelingse aanrijding en bij duikongevallen. Na enkele uren tot dagen treden nekpijn, bewegingsbeperking van de nek en hoofdpijn op. Acute whiplashklachten verdwijnen gewoonlijk binnen de vier tot zes weken na het ongeval. Als de klachten langer dan drie maanden aanhouden, dan spreekt men van chronische whiplash. Letsels van de weke weefsels liggen aan de basis van de klachten. Zijn er ook fracturen of verschuivingen van de halswervels, dan is er meer aan de hand dan een eenvoudig whiplashletsel, en zijn andere behandelmethoden van toepassing. 

Hoe vaak komt het voor?
In de helft van de verkeersongevallen met overstrekking-overbuiging van de nek is er sprake van acute whiplashklachten. Onderliggende aandoeningen van de nekwervels (bijvoorbeeld artrose), de normale frequentie van nekklachten in de bevolking en stress dragen bij tot het grote aantal acute nekklachten. In de meeste gevallen verdwijnen deze klachten binnen de 3 maanden. Toch heeft bijna 10% nog steeds klachten 12 maanden na het ongeval.
In sommige landen, waaronder Griekenland en Singapore, komen chronische whiplashklachten zelden voor, ondanks het feit dat er even veel kop-staartaanrijdingen zijn. Waarschijnlijk spelen bij ons psychosociale factoren (zoals angst voor blijvende pijn, stressvolle verzekeringsprocedures,…) een versterkende rol in het ontstaan van chronische klachten.

Hoe kun je het herkennen?
Enkele uren tot enkele dagen na een verkeersongeval kunnen één of meer van volgende klachten optreden:
– nekpijn, soms uitstralend naar het achterhoofd, de schouders en armen,
– een stijve nek/bewegingsbeperking ter hoogte van de nek,
– schouderpijn, pijn tussen de schouders,
– hoofdpijn, vooral in het achterhoofd, soms uitstralend naar het voorhoofd,
– soms overgevoeligheid voor licht, geluid en geur, duizeligheid, oorsuizen, misselijkheid,
– soms tintelingen en doof gevoel van de handen,
– soms geheugenstoornissen,
– soms moeheid.

Blijven de klachten langdurig bestaan (langer dan drie maanden), dan spreekt men van een chronische whiplash. Hierbij kunnen volgende bijkomende klachten optreden:
– moeheid,
– concentratiestoornissen,
– geheugenstoornissen,
– slaapstoornissen,
– depressie,
– zenuwachtigheid,
– emotionele labiliteit met prikkelbaarheid, snel wenen, snel boos,…

Hoe stelt je arts de aandoening vast?
Je arts zal je vragen naar de precieze omstandigheden van het ongeval. Hij zal je ook vragen naar je huidige klachten, en naar eventuele voorafbestaande aandoeningen of klachten. Je arts zal je nek en de beweeglijkheid ervan onderzoeken en lokale drukpijn opsporen. Hij zal nakijken of er geen zenuwletsels zijn. Hij kan tevens een radiologisch onderzoek van de nekwervels aanvragen om letsels van de wervels (breuken of verplaatsingen) uit te sluiten. Vermoed hij bijkomende letsels (breuken, zenuwletsels,…) of wanneer je langdurige of hevig uitgesproken klachten hebt, dan zal je arts je doorverwijzen naar een specialist voor verder onderzoek en behandeling.

Wat kun je zelf doen?
Hervat zo snel mogelijk na het ongeval je normale dagelijkse activiteiten. Ga ervan uit dat je klachten enkele weken kunnen duren. Dit is normaal en niet verontrustend. De meeste whiplashklachten genezen spontaan.
Wanneer je arts je oefeningen voorschrijft, voer deze dan correct uit volgens het schema. Het hervatten van de normale activiteiten en actieve oefeningen hebben een gunstige invloed op de totale duur van de klachten en op het herstel. Langdurig rusten of het dragen van een halskraag hebben geen bewezen nut, en werken eerder ongunstig op een vlot herstel.

Wat kan je arts doen?
Voor de acute pijn na het ongeval kan je arts je ontstekingswerende middelen of andere pijnstillers voorschrijven. Ook koudebehandeling kan helpen. Enkele dagen rust kan zinvol zijn, maar dat beperk je best tot maximaal vier dagen. Actief blijven bespoedigt het herstel. Je arts kan je een oefenschema en/of behandeling door een kinesitherapeut voorschrijven.
Houdt de pijn langer aan dan drie maanden, dan kan een multidisciplinair revalidatieprogramma (=revalidatieprogramma waaraan verschillende zorgverleners meewerken zoals arts, kinesitherapeut, ergotherapeut, psycholoog,…) bijdragen om de pijn te verlichten en de functie van de nek te verbeteren.
In sommige whiplashgevallen kan ‘radiofrequente denervatie’ op korte termijn verlichting brengen. Hierbij wordt het nekweefsel door radiofrequente stroom tot 80°C verhit. Dit vernietigt de kleine zenuwtakjes rond de facetgewrichtjes van de halswervels (denervatie of ontzenuwing), en zorgt ervoor dat de pijngeleiding door deze zenuwen vertraagd of tijdelijk onderbroken wordt. Wanneer een voorafgaande inspuiting van lokale verdoving ter hoogte van deze facetgewrichtjes pijnvermindering gaf, kan deze techniek baat brengen, maar slechts tijdelijk. Inspuitingen met botulinetoxines (botox) hebben geen bewezen effect.

Bronnen
www.ebmpracticenet.be 
http://www.paininmotion.be/Evidentie_BehandelingChronWAD.htm 
http://www.erasmusmc.nl/neurologie/voorartsen/richtlijnenvoorartsen/richtlijnen-algemene-neurologie/ 
http://scholar.google.be

verschenen op 07/03/2014