Wat is het?
Multiple sclerose (MS) is een chronische ziekte van het centrale zenuwstelsel. Er treden dan regelmatig ontstekingen op op verschillende plaatsen in de hersenen of het ruggenmerg. Deze ontstekingen beschadigen het beschermende myeline, een soort van isolatiemateriaal rond de zenuwen. Het eigen immuunsysteem gaat dan in de aanval tegen die ontstekingen. Maar hierbij worden signalen vanuit de hersenen en het ruggenmerg niet goed meer doorgegeven, en dat geeft klachten. De ontstekingen worden dan uiteindelijk littekenweefsel. Ook de zenuwcellen kunnen vroeg in het ziekteproces worden beschadigd.

Tot op heden heeft men geen duidelijke oorzaak gevonden. Er spelen verschillende factoren mee, die op elkaar inwerken. Samen met omgevingsfactoren, erfelijke factoren en wellicht een aantal toevalligheden leidt dit tot MS. De ziekte begint gemiddeld rond de leeftijd van 30 jaar. De jongste patiënten zijn 13 tot 14 jaar oud. Voor de puberteit komt de ziekte maar heel zelden voor. 

Multiple sclerose wordt, naargelang het verloop van de ziekte, onderverdeeld in 3 categorieën:
– recidiverende en herstellende MS (‘Relapsing-Remitting MS’) is de meest voorkomende vorm van MS, en wordt gekenmerkt door een ziekteverloop met opflakkeringen en verbeteringen. Zeker in het begin van de ziekte is er een goede kans op herstel;
– primair progressieve MS (‘Primary-Progressive MS’) met van in het begin een geleidelijke toename van de klachten, zonder opflakkeringen;
– secundair progressieve MS (‘Secondary-Progressive MS’): ongeveer de helft van de patiënten met een ‘relapsing-remitting MS’ bereikt deze fase na gemiddeld tien jaar. Kenmerkend is dat de toestand dan geleidelijk verergert in de periode tussen de opflakkeringen.

Hoe vaak komt het voor?
Multiple sclerose is de meest voorkomende chronische ziekte van het zenuwstelsel bij jonge volwassenen. In België lijden naar schatting minstens 10 000 Belgen aan MS. Elk jaar opnieuw krijgen 450 personen de diagnose van MS te horen.
De diagnose wordt meestal gesteld tussen de leeftijd van 20 tot 50 jaar. Multiple sclerose komt twee keer vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Het voorkomen van MS verschilt ook naargelang de onderzochte bevolkingsgroep; zo hebben mensen uit Scandinavië, Noord-Amerika, Canada en Zuid-Australië een hoger risico op MS.

Hoe kun je het herkennen?
Multiple sclerose wordt gekenmerkt door een variëteit aan symptomen, omdat de ontstekingen in het zenuwstelsel op verschillende plaatsen kunnen plaatsvinden. Enkele vaak voorkomende symptomen zijn:

– oogklachten;
– spierspasmen van één of meer ledematen;
– coördinatiemoeilijkheden;
– intentietremor: beven wanneer je iets wil doen of naar iets reikt; hoe dichter je het object nadert, hoe harder je beeft;
– gevoelsstoornissen zoals tintelingen, branderigheid of verminderde gevoeligheid;
– blaasproblemen;
– impotentie;
– krachtverlies;
– duizeligheid en misselijkheid;
– spraakstoornissen;
– vermoeidheid.
Zowel de symptomen als de ziekte verlopen grillig. Verschillende factoren die het immuunsysteem activeren (zoals infecties, vaccinaties, ingrepen, zwangerschap, trauma’s en stress) verergeren MS.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?
Er bestaat geen alleenstaande test waarmee men de diagnose van MS met zekerheid kan bevestigen of uitsluiten. De arts zal op basis van je ziekteverhaal en een neurologisch onderzoek besluiten of er sprake is van MS. Je arts zal je dan doorverwijzen naar een neuroloog.

Onderzoeken die helpen om de diagnose te stellen, zijn:
– MRI-scan: bij dit onderzoek wordt gebruikmaakt van een sterk magneetveld waarmee de hersenen en het ruggenmerg in beeld worden gebracht;
– lumbaalpunctie (ruggenprik): men brengt dan een lange naald in de ruimte onder het ruggenmerg in om een kleine hoeveelheid hersen- en ruggenmergvocht af te nemen. Dit vocht wordt onderzocht op afwijkingen;
– geëvoceerde potentialen: bij dit onderzoek meet men of de signalen door de specifieke zenuwbanen goed worden doorgegeven;
– bloedonderzoek: het bloed wordt vooral onderzocht om andere oorzaken uit te sluiten, want in het bloed kan men niet zien of iemand MS heeft.

Wat kun je zelf doen?
Tot voor kort kregen personen met MS de raad om geen fysieke inspanningen te doen. Men dacht dat dit zou kunnen leiden tot oververmoeidheid of een toename van de klachten. Nochtans hebben wetenschappelijke studies in de afgelopen jaren duidelijk aangetoond dat matige fysieke inspanningen (wandelen, fietsen, lopen…) goed zijn. Ze verminderen de klachten van vermoeidheid, zorgen voor een betere spierkracht, uithouding en prestatievermogen (bvb. langere wandelafstand).

Wat kan je arts doen?
Er bestaat geen behandeling met medicatie die MS kan genezen, maar de prognose wordt alsmaar beter. Met een combinatie van medicatie, revalidatie en een aangepaste levensstijl bereikt men de beste resultaten.

Onderhoudsbehandeling
De bij MS gebruikte geneesmiddelen (interferon bèta, glatirameeracetaat en natalizumab) remmen de aanvallende immuuncellen af.

Symptoombehandeling
De arts zal je een behandeling geven voor specifieke klachten zoals blaasproblemen, spierspasmen of obstipatie. Hij kan ook kinesitherapie voorschrijven om de bewegingsstoornissen aan te pakken.

Behandeling van opstoten
Cortisone kan de duur van de opstoten inkorten, maar mag niet gebruikt worden wanneer een virale of bacteriële infectie aan de basis ligt van de opstoot. Niet elke opstoot hoeft behandeld te worden. Bij een opstoot krijg je het advies om meer rust te nemen en te wachten totdat het vanzelf beter gaat.

Bronnen
www.ebmpracticenet.be
www.bcfi.be
www.mscenter.be
www.ms-vlaanderen.be
www.uzleuven.be/node/15204

verschenen op 14/02/2014