Wat is het?
Bij mensen met de ziekte van Parkinson sterven hersencellen die dopamine maken langzaam af. Dopamine is een stof waarmee hersencellen signalen doorgeven aan andere hersencellen. Door het tekort aan dopamine worden signalen in de hersenen niet meer goed doorgegeven. De oorzaak van de ziekte is in de meeste gevallen niet gekend. In zeldzame gevallen wordt de ziekte veroorzaakt door een genetische afwijking. De meeste patiënten vertonen de eerste tekenen tussen 50 en 70 jaar. 

Hoe vaak komt het voor?
De ziekte is over de gehele wereld verspreid en treft zowel mannen als vrouwen. In België zouden er naar schatting tussen de 20 000 en 30 000 mensen aan de ziekte van Parkinson lijden.

Hoe kun je het herkennen?
De meest voorkomende klachten zijn beven in rust (bij ongeveer 75%), minder en trager bewegen en stijfheid van de spieren. Andere klachten zijn spierpijn, abnormale houding, neiging om te vallen, moeizame stoelgang, erectieproblemen, lage bloeddruk bij het rechtkomen, plasdrang of moeite met plassen, kwijlen, slikmoeilijkheden, vette huid, verminderde reukzin, gedragsstoornissen tijdens de slaap, depressie, gebrek aan emotie en enthousiasme, angst en geheugenstoornissen.

Typisch voor de ziekte van Parkinson is het maskergezicht. Het gezicht lijkt een masker zonder uitdrukkingen, oogknipperen vermindert; de spraak kan monotoon zijn. Schrijven wordt langzamer en het handschrift is klein. De armen worden in een boog naast de taille gehouden en slingeren niet tijdens het stappen. De passen verkorten en de gang wordt schuifelend en traag.
Niet alle personen met de ziekte van Parkinson hebben alle klachten. Stress zal de klachten verergeren.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?
Je arts zal denken aan de ziekte van Parkinson als je klachten hebt van beven, beperkte beweging en spierstijfheid. Je arts zal een neurologisch onderzoek uitvoeren om de hersenen en de zenuwen te testen.
In het beginstadium van de ziekte van Parkinson is het soms moeilijk om het onderscheid te maken met andere ziekten die Parkinsonachtige klachten geven. Ook de bijwerkingen van sommige geneesmiddelen kunnen lijken op klachten bij de ziekte van Parkinson.
Vermoedt je arts de ziekte van Parkinson, dan zal hij je doorsturen naar een neuroloog. Bij twijfel kan hij aanvullend beeldvormende onderzoek aanvragen (bvb. hersenscan) om andere aandoeningen uit sluiten.

Wat kun je zelf doen?
Als je de ziekte hebt, is het heel belangrijk om fit te blijven. Zorg dus dat je dagelijks minstens een halfuur beweegt (of bijvoorbeeld drie keer tien minuten). Ga bijvoorbeeld wandelen, fietsen, dansen of zwemmen. Tai Chi blijkt goed te zijn voor een stabielere lichaamshouding.
Als het bewegen ondanks de behandeling moeilijker gaat, kan kinesitherapie worden aangewend. Soms zijn lichte hulpmiddelen nodig. Denk bijvoorbeeld aan ‘nordic walking’, waarbij je wandelt met twee stokken zodat je je evenwicht beter kunt bewaren. Later kan een rollator helpen om zo veel mogelijk zelfstandig te kunnen blijven doen.

Wat kan je arts doen?
Je arts zal je medicatie en kinesitherapie voorschrijven. De aantasting van de zenuwcellen is niet te genezen. De behandeling is erop gericht om de klachten te verlichten en de kwaliteit van leven te verbeteren.

Geneesmiddelen
– Levodopa vermindert de stijfheid van de spieren en de bewegingsstoornissen. Bij een langdurige behandeling met levodopa krijg je vaak last van onwillekeurige bewegingen en aanhoudende samentrekking van de spieren. Het verlagen van de dosis vermindert deze bijwerkingen, maar vaak verslechteren dan gelijktijdig de klachten van de ziekte van Parkinson. Een ander probleem bij het langdurig gebruiken van deze medicatie is dat het sneller uitgewerkt is nadat je het hebt ingenomen.
– MAO-B-remmers: deze geneesmiddelen versterken de werking van levodopa, zodat de dosis levodopa kan worden verlaagd en je minder last hebt van de bijwerkingen. MAO-B-remmers kunnen ook zonder levodopa opgestart worden.
– Entacapone: dit geneesmiddel zorgt ervoor dat levodopa minder snel uitgewerkt is.
– Dopamineagonisten: deze medicatie werkt iets minder goed dan levodopa, maar het voordeel is dat ze minder snel is uitgewerkt.

Kinesitherapie 
Personen met de ziekte van Parkinson ondervinden zeer vaak problemen met het evenwicht. Hierdoor kun je minder en heb je meer kans om te vallen. Daarom zal je arts kinesitherapie voorschrijven.

Bronnen
www.ebmpracticenet.be
www.bcfi.be
www.thuisarts.nl
www.domusmedica.be