Wat is het?
Een stijve schouder wordt in de medische literatuur vaak benoemd als ‘frozen shoulder’. Het gaat om een aandoening waarbij de schouder stijf aanvoelt en schouderbewegingen heel moeilijk worden. Men voelt bij plotse bewegingen hevige pijn in de schouder, er is een continue pijn ’s nachts en je kunt de schouder maar beperkt bewegen in alle richtingen.
De exacte oorzaak van deze aandoening wordt niet goed begrepen. Men kan alleen vaststellen dat het gewrichtskapsel iets dikker en ontstoken is. Er kan ook een vorm van littekenweefsel aanwezig zijn. 

De aandoening geneest zonder behandeling doorgaans spontaan, maar dat kan één tot twee jaar duren. Typisch aan ‘frozen shoulder’ is dat het ziekteverloop gekenmerkt wordt door verschillende fasen:
– eerst is er een pijnlijke ontstekingsfase die ongeveer een tweetal maanden duurt. Je voelt een vage of stekende pijn in de schouder. De pijn wordt ’s nachts erger en geleidelijk aan kun je de schouder steeds minder goed bewegen. Je schouder wordt met andere woorden almaar stijver. Als iemand anders (zoals je arts) je schouder onderzoekt, zijn wel nog alle bewegingen mogelijk.
– daarna treedt de fase op waarin de schouder precies wordt bevroren. De klachten blijven dezelfde (beperkte beweging van de schouder, pijn, soms meer uitgesproken ‘s nachts), maar verergeren niet. De pijn blijft, net als de stekende pijn ‘s nachts. De schouder is echter stijf geworden en je kunt hem nog moeilijk bewegen.
– vervolgens evolueren de schouderklachten naar een stabiele situatie met stijfheid en verminderde bewegingsmogelijkheden. De pijn vermindert geleidelijk aan. De schouder is nog wel ‘bevroren’.
– ten slotte begint de herstelfase (of ‘ontdooiingsfase’) die 12 tot 24 maanden kan duren. Deze fase kenmerkt zich door een geleidelijke terugkeer van het normale bereik van de schouderbewegingen.

Hoe vaak komt het voor?
Een stijve of bevroren schouder komt vrij vaak voor. Ongeveer 2% van de bevolking heeft ermee te kampen. De aandoening komt vooral voor bij personen tussen de 50 en 60 jaar. Iedereen kan hiervan last krijgen, maar mensen met diabetes of met schildklierziekten ontwikkelen de aandoening frequenter.

Hoe kun je het herkennen?
Als je een geleidelijk erger wordende pijn voelt in een schouder, je die schouder steeds moeilijker kunt bewegen en als die ook stijf aanvoelt, dan kan het zijn dat je een frozen shoulder hebt.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?
In principe kan je arts de aandoening vaststellen door je louter wat vragen te stellen en je schouder te onderzoeken. Soms kan hij, bij twijfel, bijkomende onderzoeken aanvragen zoals een foto (RX) en een echografie.

Wat kun je zelf doen?
In sommige fasen van de ziekte is het aan te raden om koude compressen op de schouder aan te leggen. Typisch aan deze aandoening is dat koude beter helpt dan warmte. In alle geval is het nuttig om te blijven bewegen binnen je pijngrenzen. Een behandeling kan langdurig en moeilijk zijn. Een goede vertrouwensband met je arts en/of kinesitherapeut is daarom cruciaal.

Wat kan je arts doen?
Je arts zal je door het verloop van de ziekte gidsen. Afhankelijk van de fase en de uitgebreidheid van de aandoening, kan hij bepaalde behandelingen starten. De behandeling van een stijve schouder verloopt meestal in nauwe samenspraak met een kinesitherapeut. Soms is verwijzing naar een specialist noodzakelijk.

Behandelingsmogelijkheden die meestal aan bod komen, zijn:
– injectie met glucocorticoïden: met een injectienaald infiltreert je arts het schoudergewricht. Een injectie is vooral nuttig tijdens de eerste fase of ontstekingsfase.
– pijnstillende medicatie, zoals paracetamol, ibuprofen, diclofenac, naproxen of tramadol.
– verwijzing naar de kinesitherapeut: hij is degene die je met kennis van zaken kan begeleiden. Hij geeft je het juiste aantal en de juiste soort oefeningen om je schouder zo beweeglijk mogelijk te houden. Hij kan eveneens bepaalde pijnstillende technieken toepassen.
– bij ernstige bewegingsbeperking kan men onder algemene verdoving de schouder losmaken. Deze ingreep blijkt echter niet altijd werkzaam. In een kwart van de gevallen is de schouder terug stijf een week na de ingreep.
– in sommige gevallen kan de orthopedisch chirurg je schouder losmaken door middel van een kijkoperatie (endoscopisch). Dit noemt men arthrolyse.

Bronnen
www.ebmpracticenet.be
www.thuisarts.nl

verschenen op 28/12/2013