Wat is het?
De term ‘lagerugpijn’ omvat alle aandoeningen die gekenmerkt worden door pijn ter hoogte van de onderrug. De onderliggende oorzaak is meestal niet ernstig. Het gaat immers bijna altijd om een mechanische afwijking ter hoogte van de lendenwervelzuil, en niet om een ziekte.
De wervelzuil bestaat uit de wervels met hun steunapparaat en het zenuwweefsel. Tussen de wervels zitten tussenwervelschijven. Zo’n schijf bestaat uit een harde, sterke, kraakbenige ring met een dikke gelatineachtige stof in het centrum. Omdat deze niet samendrukbaar is, kan ze zeer goed aan zware belasting weerstaan. Ze zorgt er ook voor dat de zenuwwortels, die aftakken van het ruggenmerg, niet afklemmen.
Soms kan die ring zijn stevigheid verliezen en tussen de wervels uitpuilen: dit noemen we een bulging. Als de ring door de inwerkende krachten scheurt, wordt de gelatineachtige stof naar buiten geperst en spreken we van een hernia. Ontstaat hierdoor druk op de ruggenmergvliezen, dan krijg je rugpijn (lumbago). Bij druk op de zenuwwortel daarentegen straalt de pijn uit in je been (ischias).
Je kunt natuurlijk ook beide tegelijk hebben. Het gevolg hiervan is dat de wervels dichter bij elkaar komen, en dat er kalk wordt afgezet aan de randen. Dit noemt men spondylose. Dit proces zal ook een invloed hebben op de banden die de wervels verbinden, en op de gewrichtjes tussen de wervels onderling (de facetgewrichten). Ook hier treedt verduring en kalkafzetting op. Dit noemt men spondylartrose. In het eindstadium worden het ruggenmergkanaal en de openingen voor de doorgang van de zenuwwortels te smal en ontstaat er een permanente afklemming van het zenuwweefsel (stenose).
Het is dus een proces van veroudering en beschadiging. Hernia’s zullen dan ook eerder voorkomen bij jongere mensen, artrose op middelbare leeftijd en stenose bij ouderen.
Artrose van de wervelzuil is op zich een pijnloze aandoening. Het is de druk op het zenuwweefsel die verantwoordelijk is voor de pijn. Slechts in een beperkt aantal gevallen ligt een ernstige aandoening aan de basis, zoals een gezwel, een ingezakte wervel, een infectie of een uitzaaiing van een gezwel elders in je lichaam. Meestal vermindert of verdwijnt de pijn spontaan na verloop van tijd.
Wanneer de pijn minder dan 6 weken aanwezig is, spreekt men van acute lagerugpijn. Indien de lagerugpijn 6 tot 12 weken aanhoudt, dan gaat het om subacute lagerugpijn, en wanneer ze langer dan 12 weken aanhoudt, dan betreft het chronische lagerugpijn. Bij lagerugpijn treden na het verminderen of verdwijnen van een pijnperiode vaak één of meerdere nieuwe pijnperiodes op, soms pas jaren later. 

Hoe vaak komt het voor?
Lagerugpijn komt zeer vaak voor. Bijna 80% van de mensen heeft ooit in zijn leven last van lagerugpijn die ernstig genoeg is om de normale werkzaamheden te beletten of te bemoeilijken.
Van alle werkende vrouwen die een huisarts raadplegen, doet 4 tot 6% dit omwille van lagerugpijn. Bij de mannen gaat het om 5 tot 7%. Zo had 15 tot 20% van de volwassenen het laatste jaar lagerugpijn.
Tijdens het leven ervaart 50 tot 80% van de volwassenen minstens één episode van lagerugpijn.

Hoe kun je het herkennen?
Banale lagerugpijn door overbelasting verdwijnt op korte termijn dankzij rust. Je bent dan hooguit een paar dagen wat stijf.
Bij een hernia daarentegen doen langdurige houdingen de klachten toenemen. De pijn wordt dus erger bij lang zitten, staan of liggen, en vermindert met bewegen. Een typische hernialijder kan ’s morgens nauwelijks zijn bed uit, maar eenmaal in beweging gaat het beter. Vooroverbuigen is meestal de meest pijnlijke beweging. Ook druk doet de pijn toenemen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij hoesten, niezen of persen op het toilet.
Bij ischias is een zenuwwortel ingeklemd. Er kunnen dan klachten optreden, zoals pijn, tintelingen en voosheid in een deel van één been. Zijn de spierzenuwen aangetast, dan heb je krachtverlies. Soms is dat zo erg dat een spiergroep niet meer werkt. Dat noemen we uitval. Dan heb je bij het stappen een zogenaamde dropvoet. Dit wil zeggen dat de voet niet meer afrolt, maar met een klapje op de grond pletst. Je kunt dan ook niet goed meer op je tenen gaan staan.
Ook de zenuwen die de blaas bedienen, kunnen uitvallen. Dan kun je plots niet meer plassen. Met uitval kun je best niet blijven rondlopen. Het is dikwijls ernstig en vergt soms zelfs een dringende chirurgische ingreep.
De hernia zelf verdwijnt meestal spontaan. De gelatineachtige stof die uit de tussenwervelschijf komt, wordt opgeslorpt, en zo verdwijnt de druk. De duur van dit proces varieert van een paar dagen tot een jaar, afhankelijk van de grootte van de hernia.
Bij een stenose zijn de rugpijn en beenklachten bijna continu aanwezig. De pijn neemt ook toe met rechtstaan en stappen, en verdwijnt soms bij het zitten. Dikwijls zijn er ook klachten in beide benen.
Bij artrose van de facetgewrichten ten slotte is de pijn over het algemeen zeer plaatselijk, namelijk juist op de plek waar het gewrichtje zit. Dan kun je bijna op de millimeter juist aanwijzen waar de pijn zit. Dit is altijd in de onderrug en nooit in het been.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?
Uit de ondervraging over de precieze aard van je klachten zal de arts dikwijls al een goed idee hebben over wat er precies aan de hand is.

Lichamelijk onderzoek
Het lichamelijk onderzoek van de onderrug omvat een onderzoek van de beweeglijkheid, van de zenuwfunctie en van afwijkingen ter hoogte van het ruggenmerg.
Als de beweeglijkheid in alle richtingen evenveel verminderd is en pijnloos kan worden uitgevoerd, is er waarschijnlijk vooral sprake van artrose. Is er een pijnlijke bewegingsbeperking in één of een paar richtingen, en niet in andere, dan is dit eerder een aanwijzing voor een letsel van de tussenwervelschijf. Als er bij vooroverbuigen afwijking is naar links of naar rechts, is er bijna zeker een hernia aanwezig.
Om uitval van zenuwen op te sporen worden verschillende zaken getest. Door verschillende spiergroepen te laten opspannen, kan de arts een idee krijgen over de kracht. De gevoeligheid kan getest worden door over de huid te strijken, of door hem zachtjes af te tasten met de punt van een naald. Ook de kniepees- en hielpeesreflex worden nagezien. Het ruggenmerg wordt getest met de voetzoolreflex. Is die abnormaal, dan is er een ruggenmergletsel. Dit is altijd ernstig.

Bloedonderzoek 
Een bloedonderzoek is meestal niet nodig, alleen wanneer er tekenen zijn van een ernstige ziekte of koorts. Dan zal de arts tekenen van infectie of ontsteking opsporen in het bloed en een urineonderzoek laten uitvoeren.

Radiologische onderzoeken 
Een radiologisch onderzoek is niet altijd noodzakelijk bij lagerugpijn. Want zelfs bij mensen zonder rugklachten zien we 40% afwijkingen. Dit betekent dat er bijzonder weinig verband bestaat tussen wat we op de foto’s zien en de klachten.
Een gewone röntgenfoto van het onderste deel van de wervelzuil in staande positie kan nuttig zijn om een verschuiving van de onderste wervels ten opzichte van elkaar op te sporen.
Een scan van de onderrug dient in principe om die gevallen te detecteren die in aanmerking komen voor een chirurgische ingreep.

Ander onderzoek of verwijzing
Een elektromyografisch onderzoek (EMG) meet het doorgeven van de elektrische zenuwimpulsen door de zenuw. Hierbij worden twee of meer naalden op de getroffen plaats ingebracht. Die meten de snelheid waarmee de zenuw de elektrische prikkels overbrengt. Bij druk op een zenuwwortel is dit verstoord. Dit onderzoek laat toe na te gaan hoe uitgebreid en ernstig de impact is van de druk op een zenuwwortel. Afwijkingen worden ten vroegste gevonden 6 weken na het begin van de klachten.
Je wordt doorverwezen naar een specialist voor dringend onderzoek en operatieve ingreep als je een dropvoet hebt, als je niet meer kunt plassen, en als de pijn niet onder controle te krijgen is.
Je arts kan ook verder onderzoek verrichten om andere ernstige aandoeningen uit te sluiten die de oorzaak kunnen zijn van de lagerugklachten zoals kanker of uitzaaiingen van kanker in het bot, een infectie van de tussenwervelschijf, een breuk van een wervel, een verschuiving van een wervel, een abnormale uitzetting van de grote buikslagader, …

Wat kun je zelf doen?
Bij gewone lagerugpijn kun je ervan uitgaan dat de pijn vrijwel steeds spontaan verdwijnt. Wanneer je gevoelig bent voor lagerugpijn, kun je verwachten dat de pijn in episodes zal opduiken. Het is belangrijk om in beweging te blijven (bijvoorbeeld wandelen) en om de dagdagelijkse werkzaamheden verder te zetten binnen je pijngrenzen.
Actieve oefentherapie van de rug is niet nodig in de vroege stadia, maar is wel noodzakelijk voor herstel en behoud van de beweeglijkheid en de kracht van de romp- en beenspieren, en ook voor de algemene conditie en het uithoudingsvermogen in een later stadium. Dit is vooral belangrijk als de rugklachten langer dan 6 weken duren.
In een rugschool kan men houdingen aanleren om het ontstaan of heropflakkeren van lagerugpijn te beperken. Je leert er oefeningen die je nadien ook thuis kunt verderzetten.
Bedrust moet je vermijden omdat dit de klachten langer doet aanslepen. Alleen bij hevige pijn of bij ischiasklachten kan een korte periode van bedrust nuttig zijn. Bij ischias kunnen de klachten verbeteren door rust in ruglig met opgetrokken benen, waardoor de druk op de zenuwwortel vermindert. Zijlig op de pijnvrije kant met intrekken van het pijnlijke been kan de pijn verminderen. Dat is ook een goede slaaphouding.
Ondersteunende banden of gordels ter hoogte van de rug zijn waarschijnlijk niet doeltreffend om het ontstaan of herhalen van lagerugpijn te voorkomen.
Wanneer je overgewicht hebt, kan vermageren de belasting en de pijn ter hoogte van de rug verminderen. Voldoende lichaamsbeweging draagt hier ook aan bij. Een gezonde evenwichtige voeding, niet roken en slechts een beperkt gebruik van alcohol zorgen voor een algemene verbetering van de conditie, wat een gunstig effect heeft op lagerugpijnklachten.

Heb je chronisch last van lagerugpijn of van herhaalde opstoten, let dan op alarmsymptomen die een ernstige aandoening kunnen laten vermoeden:
– zwakte, gevoelsvermindering of gevoelloosheid in de onderste ledematen;
– niet kunnen plassen, onvrijwillig verlies van stoelgang;
– de pijn in de rug gaat gepaard met koorts;
– de pijn in de rug verbetert niet met rusten;
– de algemene conditie verslechtert, er is vermagering en vermoeidheid, de ernst van de pijn neemt geleidelijk toe;
– de rugpijn gaat gepaard met ernstige buikpijn;
– wanneer je vroeger behandeld bent voor een kwaadaardige tumor, en je krijgt lagerugpijn.

Wat kan je arts doen? 

Geneesmiddelen
Je arts kan geneesmiddelen voorschrijven die inwerken op de lagerugpijn:
– een goede pijnstiller is zeer nuttig, omdat hij een vervelende klacht kan wegnemen, en omdat hij je toelaat min of meer normaal te bewegen. Paracetamol is het voorkeursmiddel. Andere en zwaardere pijnstillers kunnen gebruikt worden wanneer paracetamol onvoldoende werkt. Paracetamol met codeïne en tramadol geven meestal een goede pijnstilling. Voor chronische pijn kunnen pijnstillers in pleistervorm worden aangewend. Ze hebben een lange werking en worden slechts om de 3 dagen vervangen.
– ontstekingsremmers hebben weinig invloed op de pijn en kunnen ernstige bijwerkingen hebben, zoals een maagbloeding.
– bij ischias en chronische lagerugpijn wordt soms geopteerd voor epidurale infiltraties. Dat zijn inspuitingen in de onderrug die je een beetje kunt vergelijken met een inspuiting voor een pijnloze bevalling. Ze gebeuren in het ziekenhuis, en na de injectie moet je een viertal uur blijven liggen.
– spierontspannende medicijnen worden soms toegevoegd wanneer de gewone pijnstillers niet mogelijk zijn of onvoldoende effect hebben. Ze kunnen echter slaperigheid en duizeligheid veroorzaken; dat is het geval bij ongeveer één derde van de gebruikers. De meest gebruikte spierontspanners, tetrazepam en clonazepam, zijn sinds kort uit de handel genomen.
– bij langdurige chronische rugpijn worden soms antidepressiva voorgeschreven. Ze zijn vooral nuttig als er ook een depressie aanwezig is.

Andere
Manipulatieve therapie (‘kraken’) kan nuttig zijn indien dit door een ervaren therapeut gebeurt.
Acupunctuur kan helpen om de pijn te verminderen.
Operatieve ingrepen voor gewone lagerugpijn zonder druk op een zenuwwortel geven geen betere resultaten dan andere behandelingen en kunnen soms belangrijke verwikkelingen hebben.
Vier tot zes weken na een ingreep voor een hernia beweeg je best actief en intensief: hierdoor vermindert de pijn, verbetert de globale functie van de rug en versnelt de werkhervatting, zonder dat het risico op een heringreep toeneemt.

Bronnen
www.ebmpracticenet.be
Rubin DI. Epidemiology and risk factors for spine pain. Neurol Clin 2007;25(2):353-71.
Krismer M, van Tulder M; The Low Back Pain Group of the Bone and Joint Health Strategies for Europe Project. Strategies for prevention and management of musculoskeletal conditions. Low back pain (non-specific). Best Pract Res Clin Rheumatol 2007;21(1):77-91.
Nielens H, Van Zundert J, Mairiaux P, Gailly J, Van Den Hecke N, Mazina D, et al. Chronische lage rugpijn. Good Clinical Practice (GCP) Brussel: Federaal Kenniscentrum voor de gezondheidszorg (KCE); 2006 KCE reports 48A (D/2006/10.273/63).
www.eenrugvoorhetleven.org (d.i. een site van de wereldgezondheidsorganisatie, met foto’s van rugschooloefeningen)
www.thuisarts.nl

verschenen op 08/01/2014