Wat is het?
Actieve kinderen en adolescenten ontwikkelen vaak knieklachten. Typisch situeren deze klachten zich aan de voorkant van de knie, rondom de knieschijf of net aan de onderkant van de knieschijf. Er bestaan heel wat diagnosen die deze klachten kunnen verklaren. De meeste aandoeningen zijn gelukkig goedaardig en gaan, mits een periode van rust, vanzelf voorbij.
Hetgeen kinderen en adolescenten anders maakt dan volwassenen, is het feit dat ze groeien. De meeste knieklachten komen immers voor net voor of tijdens een groeispurt. Spieren, pezen en gewrichten zijn dan nog niet volgroeid. Soms lopen, springen en sporten kinderen meer dan hun knie aankan. Het is ook mogelijk dat een kind of adolescent knieproblemen ervaart door een aandoening aan heup of rug. We sommen hier enkele van de meest voorkomende aandoeningen op.

Ziekte van Osgood-Schlatter
Deze aandoening komt heel vaak voor. We zien deze ziekte vaak bij jonge atleten tijdens de groeispurt tijdens de puberteit. Bij jongens is dit vaak rond de leeftijd van 13-15 jaar (maar vroeger kan ook). Bij meisjes ontwikkelen de klachten zich net iets vroeger dan bij jongens. Het gaat om pijn aan de voorkant van de knie, net onder de knieschijf. De pijn verdwijnt in rust en wordt erger tijdens het sporten. De plaats van de pijn is meestal heel specifiek, net daar waar de pees van de knieschijf is aangehecht aan het scheenbeen. De ziekte van Osgood-Schlatter wordt voornamelijk gezien bij jongeren die een sport beoefenen met veel lopen en springen. Doorgaans is slechts één knie aangetast, maar het is ook mogelijk dat beide knieën tegelijkertijd aangetast zijn.

Sinding-Larsen-Johansson-letsel
Een gelijkaardig probleem als de ziekte van Osgood-Schlatter. Kenmerkend is dat het kind ongeveer 10 jaar oud is, soms zelfs jonger. Deze ziekte komt minder vaak voor dan Osgood-Schlatter en de klachten situeren zich voornamelijk net aan de onderkant van de knieschijf. De klachten zijn gelijkaardig aan die bij een ‘Jumper’s knee’ (springersknie of patellatendinopathie).

Patello-femoraal pijnsyndroom
Deze term wordt vaak gebruikt als een soort van ‘paraplu’ om alle klachten aan de voorkant van de knie zonder dat er schade kan worden aangetoond. Er treedt pijn op tijdens belasting zoals traplopen, sporten en lang stilzitten. Dit laatste wordt het ‘cinemateken’ genoemd (in het Engels ‘movie theatre sign’). De patiënt ervaart pijn in de knie na een lange tijd stilzitten met gebogen knieën tijdens autoritten of bioscoopbezoeken. Een patello-femoraal pijnsyndroom komt heel vaak voor. Ook hier kunnen de klachten zich aan beide knieën tegelijk voordoen.

Osteochondritis Dissecans
Dit is een belangrijke diagnose. Het is ook een moeilijke diagnose. Klachten zijn immers afhankelijk van het ziektestadium. Er worden enkele losse fragmenten gevormd in het kniegewricht. De fragmenten krijgen onvoldoende bloedtoevoer en kunnen hierdoor afsterven. Doorgaans gaat het om pijn in een knie. De oorzaak is niet goed gekend. Soms wordt deze ziekte in verband gebracht met ernstige onderliggende ziekten of met een behandeling met hoge dosissen corticosteroïden. In de meeste gevallen is er echter geen onderliggende ziekte aanwezig, en wordt ze vastgesteld bij gezonde kinderen tijdens de groei.

Plicasyndroom
Een kniegewricht wordt aan de binnenzijde afgelijnd door een dun vlies. Dit vlies wordt het synoviale membraan genoemd. Dit vlies vertoont zowat bij iedereen plooien. In bepaalde gevallen is deze plooi dermate uitgesproken, dat ze klachten kan veroorzaken. Het is een diagnose die enkel door een kijkoperatie in de knie (arthroscopie) kan worden vastgesteld. Tijdens deze operatie kan men de plooi verwijderen. In bepaalde gevallen verbeteren de klachten, in andere dan weer niet. Dit is dan ook de reden waarom er rondom deze diagnose heel wat discussie bestaat.

Aspecifieke kniepijn
Het is mogelijk dat men geen duidelijke oorzaak vindt voor de knieklachten. Er zijn geen typische symptomen en een gewone foto van de knie kan geen afwijkingen aantonen. Doorgaans zijn er klachten die gepaard gaan met een groeispurt en spontaan verbeteren in de loop van de weken tot maanden daarop. Een moment van pijn duurt niet langer dan enkele uren. De klachten worden meestal niet in verband gebracht met lichaamsbeweging.

Hoe vaak komt het voor?
In een doorsnee huisartsenpraktijk worden knieklachten bij jongeren heel regelmatig gezien. Exacte cijfers zijn niet gekend.

Hoe kun je het herkennen?
In alle gevallen gaat het om pijn aan de knie. Meestal bevindt de pijn zich aan de voorzijde van het kniegewricht of boven, rond en onder de knieschijf. De knie kan een krakend geluid maken. De pijn doet zich meestal voor tijdens of net na sporten. Soms is er een verschil merkbaar tussen de linker- en rechterknie. De knie kan gezwollen zijn. Het is ook mogelijk dat de bovenbeenspier boven de knie aan de ene kant dikker is dan aan de andere kant. Soms is er een enkel punt dat bij aanraken of indrukken pijn kan uitlokken. Klachten wisselen ook vaak van dag tot dag. Soms doen klachten zich voor bij bepaalde sporten of bewegingen (bijvoorbeeld lopen en springen) en verdwijnen ze bij een andere sport (bijvoorbeeld zwemmen).

Hoe stelt je arts de aandoening vast?
Je arts zal je eerst een aantal gerichte vragen stellen en nadien zal hij een volledig klinisch onderzoek doen. Hij zal ook de heup en de rug onderzoeken. Aan de hand van deze informatie kan hij normaal gezien een goede inschatting maken van de situatie. Soms volstaat rust. Deze periode van rust kan ook dienen voor verdere observatie van de evolutie van deze klachten.

In veel gevallen schrijft de arts een vorm van beeldvorming voor. Het kan gaan om een foto (RX), een echografie of een scan. Je huisarts kan je ook in specifieke gevallen direct verwijzen naar een sportarts, orthopedist of een specialist in de fysische geneeskunde. In zeldzame gevallen zal men een kijkoperatie (arthroscopie) uitvoeren om bepaalde ziekten op te sporen.

Wat kan je zelf doen?
Geduld en de voorgeschreven rust respecteren, vormen vaak sleutelelementen voor een geslaagde behandeling. Vooraleer je naar een arts gaat, is het goed dat je bij jezelf goed nagaat wanneer en hoe de klachten zich precies voordoen.
Er zijn ook heel wat soorten braces en steunverbanden op de markt die je zelf kunt kopen. Het is echter raadzaam dit pas te doen na advies van een arts. Pijnstillers verlichten de symptomen, maar genezen deze niet. Het gevaar bestaat dat je onder medicatie (en dus pijnloos) de overbelasting van de knie nog erger maakt. Doe dit dus enkel na advies van een arts.

Veel behandelingen vergen een inspanning van jezelf als patiënt. Het is mogelijk dat je oefeningen moet doen, meestal onder begeleiding van een kinesitherapeut.

Wat kan je arts doen?
Je arts zal samen met jou op zoek gaan naar de juiste behandeling. Naast de pijn en zijn diagnose is de hoeveelheid pijn (en hoe deze een invloed heeft op je dagelijkse activiteiten) heel belangrijk. Behandeling is daarom vaak op maat. Niet iedereen sport evenveel en de behandeling kan bovendien aangepast worden naargelang het type sport.

In sommige gevallen schrijft je arts je het juiste type van beeldvorming voor.
Verder kan je arts je advies geven over medicatiegebruik, over het aanschaffen van braces en/of steunverbanden of over taping. Het is mogelijk dat je arts je verwijst naar een kinesitherapeut. Soms is het aanleggen van een gipsverband noodzakelijk.
Afhankelijk van de diagnose en van de uitgebreidheid van de ziekte, is het mogelijk dat je een kijkoperatie dient te ondergaan.

Bronnen
www.ebmpracticenet.be
NHG-Standaard Niet-traumatische knieproblemen bij kinderen en adolescenten
Knee pain assessment (NICE)
Patellofemoral Syndrome (MEDSCAPE)

verschenen op 06/12/2013