Wat is het?
Een delirium (delier) is een plotse verwardheid die ontstaat door een verstoring van de normale werking van de hersenen. Deze verwardheid wordt uitgelokt door een lichamelijke oorzaak of overmatige stress. Mogelijke oorzaken zijn een ernstige infectie, het gebruik van bepaalde geneesmiddelen, een hart- of bloedvatenziekte, een hersenaandoening, een ernstig ongeval of het plots stoppen van overmatig alcoholgebruik.

Bepaalde personen zijn vatbaarder voor het ontwikkelen van een delirium: ouderen, personen met een geheugenziekte (dementie) of een ernstige ziekte zoals kanker. Ook een verminderd zicht of gehoor, een fysieke beperking, slapeloosheid of een verblijf in een vreemde omgeving verhogen het risico op een delirium. Ook personen die veel geneesmiddelen nemen of een heelkundige ingreep hebben ondergaan, zijn kwetsbaarder.

Hoe vaak komt het voor?
Van alle ouderen die worden opgenomen in het ziekenhuis krijgt ongeveer 25% tot 40% een delirium.

Hoe kun je het herkennen?
Een acute verwardheid is niet gemakkelijk te herkennen. Zelfs artsen herkennen een delirium maar in de helft van de gevallen. Een delirium ontstaat vrij plots en de klachten zijn wisselend gedurende de dag: het ene moment gaat het heel goed, het volgende moment kan men ineens erg verward zijn.

Een persoon met een acute verwardheid gedraagt zich vreemd. Het is niet mogelijk om een normaal gesprek aan te knopen. Vaak ziet hij personen of dingen die er niet zijn. Hij is vergeetachtig, slaapt veel overdag en is ‘s nachts wakker, weet niet meer waar hij is en welke dag het is. Hij kan erg onrustig zijn, of juist erg lusteloos. Ook de stemming kan plots omslaan: het ene moment reageert hij boos, het andere verdrietig of achterdochtig.
Een delirium is niet hetzelfde als dementie. Dementie ontwikkelt zich veel geleidelijker. Wel is iemand met dementie vatbaarder om ook een delirium te ontwikkelen.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?
De arts zal bij familie en andere personen uit de omgeving nagaan sinds wanneer de persoon verward is en hoe de klachten begonnen zijn. Hij zal vragen hoe het geheugen was voor de verwardheid ontstond. Ook het gebruik van medicatie en alcohol wordt nagekeken. De arts zal een lichamelijk onderzoek doen.

Om de oorzaak van het delirium te achterhalen, zijn vaak bijkomende tests nodig zoals een bloedonderzoek, een röntgenfoto van de longen, een ruggenprik, een scan van de hersenen en het meten van de elektrische activiteit van de hersenen.

Wat kun je zelf doen?
Een rustige, goed verlichte kamer en een rustige benadering zijn nuttig. Vertrouwde voorwerpen in de omgeving helpen bij het herstel.

Wat kan je arts doen?
De arts zal de onderliggende oorzaak van de acute verwardheid behandelen, en de algemene toestand van de persoon nauwgezet opvolgen. Indien nodig worden vocht en zuurstof toegediend. Onnodige medicatie wordt stopgezet. De arts neemt maatregelen om doorligwonden te voorkomen en om te zorgen dat de persoon met een delirium zichzelf geen pijn kan doen. Hij kan geneesmiddelen voorschrijven tegen rusteloosheid en angstgevoelens. Slaappillen zijn vaak nodig.

Bronnen
www.ebmpracticenet.be
www.thuisarts.nl/delier (onder ‘Adviezen bij een delier’ staan nuttige tips voor personen uit de omgeving van de patiënt).

verschenen op 15/11/2013